Auteur: Mark-Jan Zwart

Wer ist er?

Deze week zag ik Er ist wieder da, een spraakmakende film die bij het verschijnen in 2015 veel stof deed opwaaien. Een komische film over Adolf Hitler die er plotseling gewoon weer is. Mag dat wel? Dat het een Duitse film is, maakt het misschien wel ingewikkelder maar ook interessanter. Zou Er is wieder da een poging zijn van de Duitse filmmaker David Wnendt (en eerder al van de Duitse schrijver Timur Vemes die het boek schreef waarop de film is gebaseerd) om in het reine te komen met het Duitse verleden? Dit vroeg ik mij van tevoren af. De film blijkt echter veel meer te zijn dan dat.

Lees verder

Taal als intimiteit met God

Onlangs is in onze familie het drieëntwintigste kleinkind geboren. Gisteren stonden wij over het piepkleine meisje gebogen en ik realiseerde me dat wij naar een onwaarschijnlijk taalwonder keken. Zelf hebben wij vijf kinderen gekregen. De oudste is inmiddels veertien jaar en de jongste is al bijna door de laatste taalverwervingsfase heen, die rond het negende jaar eindigt. In de tussenliggende jaren hebben zich bij ons dus ook vijf gigantische taalwonderen voltrokken, maar ik ben mij daar nooit goed bewust van geweest.

Nu ik wat meer kennis heb van de taalverwerving kijk ik met andere ogen naar mijn kleine nichtje. In haar eerste zes maanden zal zij in staat zijn om op spraakcontrasten uit alle mogelijke talen te reageren. In de tweede helft van haar eerste levensjaar zal zij vertrouwd raken met de spraakklanken uit haar eigen taal (of eigenlijk die van haar vader en moeder) en hier een voorkeur voor ontwikkelen. Haar enorme vermogen om iedere willekeurige taal te leren, zal hierdoor weliswaar afnemen, maar daarvoor in de plaats zal zij in haar tweede levensjaar een explosieve groei in woordkennis doormaken. Per dag zal zij zes tot tien nieuwe woorden leren en onthouden. Probeer dat nu nog maar eens na te doen bij het leren van een nieuwe, vreemde taal! Lees verder

De contouren van een heldin

Vandaag had een jongen met zijn plasser alle kanten op staan richten tijdens het plassen. Een deel van zijn blaasinhoud was weliswaar in de pot terecht gekomen, maar het grootste deel lag er toch naast. Omdat ik het een schande vind dat de schoonmaakster dit soort smerigheid aan het einde van de dag moet opruimen, speur ik in dit soort gevallen als een heuse detective naar de dader. Ik onderzoek wie van de jongens op mijn gang in de afgelopen uren naar het toilet zijn geweest, onderwerp hen aan een kruisverhoor en als ik de boosdoener heb ontmaskerd, laat ik hem zijn eigen sporen netjes opruimen. Soms lukt dit, maar vaak ook niet. Eén keer heb ik uit pure noodzaak de urine die al een tijdje stond te stinken, zelf weg staan moppen.

Lees verder

Weg met die mening op mijn mouw!

Dit jaar reis ik met Geert Mak door het Europa van de twintigste eeuw. Gisteren stonden wij in Londen stil bij de dood van Emily Davison in 1913. Zij was een van de Suffragettes, een heuse terreurbeweging van geradicaliseerde vrouwen die zich inzetten voor vrouwenrechten. ‘Rebellie tegen tirannen is gehoorzaamheid aan God,’ kerfde Emily in de muur van haar gevangeniscel. Kort daarna wierp zij zich voor de aanstormende paarden tijdens de Epsom Derby. Vier dagen later stierf zij aan haar verwondingen. Haar zinloze dood irriteert mij. Lees verder

Kiwi en het land van de kikkers

De enige mogelijkheid zou dus zijn dat wij haar zelf ombrengen. Het idee flitste door mijn gedachten. Niet dat ik het werkelijk van plan was, maar alleen zo drong de eigenlijke betekenis van onze vraag tot mij door.

kiwiKiwi is een poesje van ongeveer vijf maanden oud. Ze is speels, een beetje ondeugend en vooral erg onbesuisd. Zij verblijft graag in ons gezelschap en dat heeft gisteren tot een klein drama geleid. Toen onze oudste dochter vertrok op de fiets, lag Kiwi in één van haar schuilplekken op de loer. Normaal zien wij haar lichtbruine neus altijd afsteken tegen haar donkere schildpadprint in de schaduw van de struiken, wat haar geloer een komisch effect geeft. Deze keer had niemand haar gezien. Toen de fiets vaart maakte, schoot Kiwi uit de struiken en vol enthousiasme wierp zij zich tussen de spaken van het voorwiel met als gevolg dat haar linkerdijbeen brak als een dor takje. Lees verder

‘Ik ga nooit meer terug’

‘Wat is dit?’
Met twee vingers trekt één van zijn kamergenoten het in plastic verpakte vlees uit zijn tas.
‘Is dit varken?’
‘Nee. Nee. Ik heb het gekregen van de mensen uit de kerk. Eigenlijk weet ik het niet.’
Zijn kamergenoot begint de verpakking grondig te bekijken.
‘Ik kan het gewoon eten,’ probeert hij voorzichtig. Hij voelt de spanning in de kamer stijgen. De andere mannen richten zich op in hun bedden. Iemand maakt zich klaar om eruit te komen.
‘Hier! Pig. Het is varken, onreine hond.’
Alsof het bedorven is, werpt zijn kamergenoot de vleeswaren in de hoek van de kamer. Hij grijpt een glazen schaal van de tafel en loopt op hem af.
‘Alleen al met de geur van varken heb jij onze kamer verontreinigd,’ zegt hij. Er ligt een verbeten trek rond zijn mond en plotseling haalt hij driftig uit.
Lees verder

De wereld in mijn achtertuin

Voor de laatste keer verlaat ik de gevangenis. Het ‘kamp’, zoals wij de noodopvang voor vluchtelingen zijn gaan noemen, is nagenoeg leeg. De schoonmakers verzamelen het laatste beddengoed. De meeste kamers zijn al leeggemaakt en afgesloten. Met een gevoel van weemoed passeer ik de dichte deur van kamer 16. Ik mis mijn Iraanse vrienden. In gedachten zie ik hun verschijningen door de gangen dwalen. Kamerdeuren zwaaien open. Er klinkt gelach. Mannen begroeten elkaar met een joviale omhelzing. Op deze gang hebben Syriërs, Afghanen, Palestijnen en Iraniërs maandenlang als vrienden met elkaar samengeleefd en ik mocht hier deel van uitmaken. Lees verder

Is Jezus echt zo bijzonder als ik denk dat Hij is?

Is Jezus echt zo bijzonder als ik denk dat Hij is? Hoewel ik als gelovige geneigd ben deze vraag te laten rusten, blijf ik toch op zoek naar een antwoord. Vooral omdat Jezus zelf mij daartoe uitnodigt. Hij zweeft namelijk niet in een buiten-tijd-en-ruimtelijke ether boven de geschiedenis maar heeft daadwerkelijk met Zijn voeten in de Galileese stof van de eerste eeuw gestaan. Dat houdt de vraag naar wie Hij is opvallend levend en boeiend. Toen al, Jezus daagde Zijn tijdgenoten uit om met een antwoord te komen, en nu nog steeds, wat blijkt uit de talloze publicaties die over Hem verschijnen. In de afgelopen maanden heb ik opnieuw naar Jezus gezocht. Wie was Hij met wie ik nu een levende relatie en persoonlijke omgang heb? Deze paradoxale vraag houdt mij al mijn hele leven bezig. Aan de hand van drie publicaties ben ik deze periode meegereisd op een fascineerde zoektocht naar ‘de historische Jezus’. Het eerste boek was The New Testament and the People of God dat eigenlijk een dik voorwoord is op Jesus and the Victory of God, beide van de Britse theoloog Tom Wright. Kort nadat ik deze boeken had gelezen, verscheen in ons eigen taalgebied Jezus en de vijfde evangelist van de classicus Fik Meijer, die op zijn manier naar hetzelfde zoekt. Hoewel ik hun bevindingen niet helemaal (wat betreft Wright) of helemaal niet (wat betreft Meijer) deel, heb ik met veel plezier met hen meegezocht. Lees verder

Heeft God te vroeg gejuicht?

Ieder schooljaar heb ik het genoegen om met een klas vooraan in de Bijbel te beginnen bij het scheppingsverhaal. Ik word daar zelf altijd weer enthousiast van en de leerlingen lijken meestal ook meer dan normaal geboeid te zijn. Blijkbaar delen wij een universele nieuwsgierigheid naar onze afkomst en de zin van ons bestaan. Vandaag beschreef ik wat God op de eerste zes dagen had gedaan, maar ik liet wat Hij op de zevende dag zou hebben gedaan als een open vraag door de klas gaan. Eén jongen kwam met een heerlijk puur antwoord: ‘trots zijn’. Geweldig! En hij deed er nog een schepje bovenop toen ik doorvroeg: ‘en feesten’. Lees verder