Auteur: Mark-Jan Zwart

Kiwi en het land van de kikkers

De enige mogelijkheid zou dus zijn dat wij haar zelf ombrengen. Het idee flitste door mijn gedachten. Niet dat ik het werkelijk van plan was, maar alleen zo drong de eigenlijke betekenis van onze vraag tot mij door.

kiwiKiwi is een poesje van ongeveer vijf maanden oud. Ze is speels, een beetje ondeugend en vooral erg onbesuisd. Zij verblijft graag in ons gezelschap en dat heeft gisteren tot een klein drama geleid. Toen onze oudste dochter vertrok op de fiets, lag Kiwi in één van haar schuilplekken op de loer. Normaal zien wij haar lichtbruine neus altijd afsteken tegen haar donkere schildpadprint in de schaduw van de struiken, wat haar geloer een komisch effect geeft. Deze keer had niemand haar gezien. Toen de fiets vaart maakte, schoot Kiwi uit de struiken en vol enthousiasme wierp zij zich tussen de spaken van het voorwiel met als gevolg dat haar linkerdijbeen brak als een dor takje. Lees verder →

‘Ik ga nooit meer terug’

‘Wat is dit?’
Met twee vingers trekt één van zijn kamergenoten het in plastic verpakte vlees uit zijn tas.
‘Is dit varken?’
‘Nee. Nee. Ik heb het gekregen van de mensen uit de kerk. Eigenlijk weet ik het niet.’
Zijn kamergenoot begint de verpakking grondig te bekijken.
‘Ik kan het gewoon eten,’ probeert hij voorzichtig. Hij voelt de spanning in de kamer stijgen. De andere mannen richten zich op in hun bedden. Iemand maakt zich klaar om eruit te komen.
‘Hier! Pig. Het is varken, onreine hond.’
Alsof het bedorven is, werpt zijn kamergenoot de vleeswaren in de hoek van de kamer. Hij grijpt een glazen schaal van de tafel en loopt op hem af.
‘Alleen al met de geur van varken heb jij onze kamer verontreinigd,’ zegt hij. Er ligt een verbeten trek rond zijn mond en plotseling haalt hij driftig uit.
Lees verder →

De wereld in mijn achtertuin

Voor de laatste keer verlaat ik de gevangenis. Het ‘kamp’, zoals wij de noodopvang voor vluchtelingen zijn gaan noemen, is nagenoeg leeg. De schoonmakers verzamelen het laatste beddengoed. De meeste kamers zijn al leeggemaakt en afgesloten. Met een gevoel van weemoed passeer ik de dichte deur van kamer 16. Ik mis mijn Iraanse vrienden. In gedachten zie ik hun verschijningen door de gangen dwalen. Kamerdeuren zwaaien open. Er klinkt gelach. Mannen begroeten elkaar met een joviale omhelzing. Op deze gang hebben Syriërs, Afghanen, Palestijnen en Iraniërs maandenlang als vrienden met elkaar samengeleefd en ik mocht hier deel van uitmaken. Lees verder →

Is Jezus echt zo bijzonder als ik denk dat Hij is?

Is Jezus echt zo bijzonder als ik denk dat Hij is? Hoewel ik als gelovige geneigd ben deze vraag te laten rusten, blijf ik toch op zoek naar een antwoord. Vooral omdat Jezus zelf mij daartoe uitnodigt. Hij zweeft namelijk niet in een buiten-tijd-en-ruimtelijke ether boven de geschiedenis maar heeft daadwerkelijk met Zijn voeten in de Galileese stof van de eerste eeuw gestaan. Dat houdt de vraag naar wie Hij is opvallend levend en boeiend. Toen al, Jezus daagde Zijn tijdgenoten uit om met een antwoord te komen, en nu nog steeds, wat blijkt uit de talloze publicaties die over Hem verschijnen. In de afgelopen maanden heb ik opnieuw naar Jezus gezocht. Wie was Hij met wie ik nu een levende relatie en persoonlijke omgang heb? Deze paradoxale vraag houdt mij al mijn hele leven bezig. Aan de hand van drie publicaties ben ik deze periode meegereisd op een fascineerde zoektocht naar ‘de historische Jezus’. Het eerste boek was The New Testament and the People of God dat eigenlijk een dik voorwoord is op Jesus and the Victory of God, beide van de Britse theoloog Tom Wright. Kort nadat ik deze boeken had gelezen, verscheen in ons eigen taalgebied Jezus en de vijfde evangelist van de classicus Fik Meijer, die op zijn manier naar hetzelfde zoekt. Hoewel ik hun bevindingen niet helemaal (wat betreft Wright) of helemaal niet (wat betreft Meijer) deel, heb ik met veel plezier met hen meegezocht. Lees verder →

Heeft God te vroeg gejuicht?

Ieder schooljaar heb ik het genoegen om met een klas vooraan in de Bijbel te beginnen bij het scheppingsverhaal. Ik word daar zelf altijd weer enthousiast van en de leerlingen lijken meestal ook meer dan normaal geboeid te zijn. Blijkbaar delen wij een universele nieuwsgierigheid naar onze afkomst en de zin van ons bestaan. Vandaag beschreef ik wat God op de eerste zes dagen had gedaan, maar ik liet wat Hij op de zevende dag zou hebben gedaan als een open vraag door de klas gaan. Eén jongen kwam met een heerlijk puur antwoord: ‘trots zijn’. Geweldig! En hij deed er nog een schepje bovenop toen ik doorvroeg: ‘en feesten’. Lees verder →

Alleen samen op weg

Er is een plaats waarvan ik vermoed dat daar zijn laatste reis is begonnen. Ik ben het pad gevolgd en denk zijn verse sporen te hebben gezien. Alsof hij daar nog maar net gelopen had. Een verwarrend verlangen dreef mij voort, tot aan de laatste richel, waar ik niet verder kon en hij uit het zicht verdwenen was. Daar, op die bergtop boven de verre vlakte die hij doorkruist heeft en waar ik alleen over kon uitzien, ging ik zitten en bleef wachten. Een uur op niets. Een dag op de werkelijkheid. Een week op geloof.

Lange tochten hebben mij altijd getrokken. Ik kan het nog geen reizen noemen, daarvoor ben ik meestal te dicht bij huis gebleven, maar vaak was het ver genoeg om los te komen van het vertrouwde. Te voet lukt dat niet goed en gemotoriseerd gaat mij te snel en het voertuig heeft de neiging weer een nieuw ‘thuis’ te worden. Echt loskomen op een lange tocht doe ik het allerliefst op de fiets. In de open lucht, blootgesteld aan de zon en de wind. In de afgelopen week heb ik geprobeerd om naar Brugge te fietsen. Alleen. Dat was een grotere uitdaging dan het bereiken van de bestemming of de ruim driehonderddertig kilometer die ik heb afgelegd. Lees verder →

Weg met die excuuschristen, Jezus voor de klas!

Donderdag was ik samen met mijn twee broers, die ook in het onderwijs werken, op een ‘dag vol ontmoeting en bezieling over waar het in het christelijk onderwijs om draait’ georganiseerd door Verus. Onder deze naam heeft protestants-christelijk en katholiek onderwijs zich vanaf nu verenigd. Het was een dag om deze vereniging te vieren maar ook een dag van bezinning op wat nou precies de identiteit van een christelijke school is. Je zou verwachten dat zo’n samengaan het hart van de christelijke identiteit glashelder zou maken. Dit bleek echter minder vanzelfsprekend dan gedacht. Lees verder →

Nura en het mozaïek van herinnering

Nura zat verloren op een harde, houten stoel tussen de verder lege stoelen die schots en scheef om haar heen stonden. Ik bekeek haar van een afstand. Met het verstrijken van de jaren was zij een mooie meid geworden. Haar zwarte haar hing sluiks rondom haar bleke gezicht. Voor de gelegenheid had zij haar vaste outfit van een smoezelige trainingsjackie en afgetrapte sportschoenen verruild voor zwarte pumps onder een chique, rood jurkje dat niet alleen haar slanke figuur maar ook haar eenzame verschijning benadrukte. Was dit hetzelfde meisje als Nura die vijf jaar geleden van mijn eerste jaar voor de klas een ware vuurproef had gemaakt?  Lees verder →