Het verloren paradijs volgens Timzingt

Gisteravond bezocht ik samen met mijn twee dochters de voorstelling Grijs van cabaretier en liedjesschrijver Timzingt (Tim van Wijngaarden). Ik volg Tim al sinds de tijd dat hij onderdeel uitmaakte van het trio Voorwaar, dat vooral de christelijke wereld op de hak nam. Het verschil tussen een organist en een terrorist is nog steeds een van de beste grappen die ik ken. In zijn solovoorstellingen is Tim uitgegroeid tot een cabaretier die terecht en met gemak grote theaterzalen vult. Hij is geestig, maatschappelijke geëngageerd – luister Armoede is irritant eens – en een begenadigd taalkunstenaar. Laatst heb ik zijn liedje Herfst nog gebruikt in een les Nederlands, waarbij ik moeiteloos tien vragen rond zijn taalspel kon bedenken.

Lees verder

AI, waar is mijn broer?

Deze week keek ik naar een nieuwsitem over het gebruik van AI door studenten. Ik keek samen met mijn bejaarde vriend Tijs, die nog wel kan zien maar niets meer kan onderscheiden. Hoewel Tijs nog een heldere geest heeft, is de opkomst van het internet mede door zijn beperkingen aan hem voorbijgegaan. Dat maakt hem kwetsbaar en hulpbehoevend in deze gedigitaliseerde samenleving. Tijs wist niet waar het nieuwsitem over ging. Hij vroeg mij of AI verdovende middelen waren. Ik probeerde uit te leggen dat je met AI vrijwel iedere vraag kunt beantwoorden en ik vroeg hem wat we AI eens zouden vragen. Tijs dacht even na en kwam toen met zijn vraag: Ik zou eigenlijk wel willen weten hoe het nou met mijn broer Willem is. Ik moest lachen toen Tijs mij oprecht en verwachtingsvol bleef aankijken. Ik besefte ook dat Tijs AI in een ontnuchterend licht stelde met zijn vraag. Wat stelt deze toepassing die de wereld in een nieuwe versnelling heeft gebracht eigenlijk voor als zij ons niet eens kan vertellen hoe het met onze eigen broer is?

Lees verder

Vlechtwerk van verdriet en geloof

Het is morgen 80 jaar geleden dat concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz werd bevrijd. Vandaag mochten mijn vrouw en ik namens onze kerkelijke gemeente een krans leggen tijdens de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam. Om ons heen zaten veel bekende en ook onbekende Joodse Nederlanders. Allen zijn zij op de een of andere manier nabestaanden van de Shoah. Terwijl Herman van Veen zong “straten stromen door mijn hoofd … maar het huis is van een ander en je komt er niet meer in,” keek ik naar de gevels van de omringende huizen waar het drama van de deportaties heeft plaatsgevonden. De beladenheid van onze geschiedenis was bijna tastbaar.

Lees verder

Lopen over water

Twee keer per week begin ik mijn dag met zwemmen. Eerst studeer ik wat. Daarna duik ik het bad in om zo’n veertig baantjes te trekken en vervolgens aan de werkdag te beginnen. Het is een arrangement voor de vroege vogels en het zijn vooral ouderen die er gebruik van maken. Zoals Sylvia die iedere morgen binnen komt stappen in een knalroze badpak alsof zij nog een jonge blom van in de twintig is. Of Jacques die iedereen in het bad luidruchtig begroet en dan op zo’n geaffecteerde toon dat je geneigd bent om een paar banen op te schuiven. Vanmorgen was er blijkbaar iemand jarig in het gezelschap, want iemand zette een verjaardagslied in dat al snel door de anderen werd overgenomen. Een tiental grijze en kalende hoofden die net boven het water uitstaken en probeerden te zingen. Het had een schilderij van Marius van Dokkum kunnen zijn. Jacques schalde boven iedereen uit.

Lees verder

Stokslagen voor de schoolmeester

Er is een oud verhaal dat vertelt hoe de Romeinen de Etruskische stad Falerii belegerden. De kinderen van de vooraanstaande Faleriërs kregen in die dagen les van de beste schoolmeester van de stad. Hij gaf zijn lessen graag buiten de stadsmuren en ook tijdens de belegering ging hij hier gewoon mee door. Op een dag bracht de schoolmeester zijn leerlingen tot aan de voorpost van het Romeinse leger. Hij leidde hen naar het hoofdkwartier van de Romeinse generaal Camillus en leverde de kinderen aan hem uit. ‘De ouders van deze jongens zijn de leiders van Falerii. Deze stad is van u.’ De Romeinse generaal Camillus werd echter woedend vanwege dit onfatsoenlijke gedrag. ‘Wij vechten tegen volwassenen, niet tegen kinderen.’ Hij liet de schoolmeester uitkleden en gaf de jongens stokken om hem de hele weg terug naar de stad stokslagen te geven. Toen de inwoners van Falerii hoorden hoe de Romeinen hadden gehandeld, raakten zij diep onder de indruk. Zij gaven zij zich hierop vrijwillig aan hen over.

Lees verder

Verlossing en Het gouden ei

Het is dit jaar veertig jaar geleden dat Het gouden ei van Tim Krabbé verscheen. Wie het boek heeft gelezen, kan geen tankstation langs de snelweg passeren zonder af en toe terug te denken aan Saskia Ehlvest. Dat zal voor menig Nederlander gelden, want de titel prijkt al vanaf de jaren tachtig bovenaan de boekenlijsten van middelbare scholieren. En dat is begrijpelijk. Het is een dun boek, aantrekkelijk geschreven en het verhaal belooft de lezer een mokerslag uit te delen. Voor docenten Nederlands is het ook een handig boek om te gebruiken in de les, omdat vrijwel alle elementen van verhaalanalyse erin voor het oprapen liggen. Er is een overdaad aan motieven te ontdekken, het vertelspel met chronologie en perspectief houden de spanningsboog strak gespannen en wie van een benzinestation een onvergetelijke plek weet te maken, snapt hoe ruimte in een verhaal werkt. Toch is Het gouden ei meer dan een schoolvoorbeeld van literaire techniek. Achter het verhaal schuilt een werkelijkheid die wij allemaal herkennen.

Lees verder

Tranen uit Golan

Makkelijke meningen bestaan niet. Dat bleek vandaag maar weer toen Nur, een Syrische leerlinge, hartgrondig begon te huilen in mijn les. Enkele weken geleden had Nur al laten vallen dat iedereen Israël haat. Ik had haar opmerking voorlopig gelaten voor wat die was. Toen ik vandaag de situatie in Israël besprak, hield Nur zich echter afzijdig. Ik hoorde haar wel binnensmonds verwensingen uiten aan het adres van Netanyahu en Israël, maar daar bleef het bij. Totdat ik de gegijzelde Israëli’s noemde. ‘Dat zijn slechte mensen,’ riep Nur. De klas reageerde verontwaardigd. Toen ik Nur bevroeg over haar opmerking, bond zij in maar zij begon ook te vertellen over haar woonplaats in Golan, dat altijd aan haar volk had toebehoord maar nu gebied van Israël is, en over de wereldwijde haat tegen Arabieren sinds 9/11.

Lees verder

Grappen van God

Kunnen wij kiezen om te leven of te sterven? Deze vraag vormt een belangrijk motief in de film Breathe (2017). De film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Robin Cavendish, die op achtentwintigjarige leeftijd besmet raakt met het poliovirus en vanaf zijn nek verlamd raakt. Van de ene op de andere dag verandert Robin van een energieke levenslustige man in een zogenaamde responaut, iemand die afhankelijk is van een beademingsapparaat. Hoewel zijn vrouw Diana hem iedere dag opzoekt en hem probeert op te vrolijken met hun pasgeboren zoon Jonathan (die de film overigens heeft geproduceerd), raakt Robin in een diepe depressie. Hij wil niets liever dan sterven en hij vervloekt het apparaat dat hem in leven houdt. Zijn vrouw wil echter niets van zijn wens om te sterven weten. Haal me dan tenminste weg uit dit ziekenhuis, smeekt Robin. Dat is het begin van een prachtig verhaal. Diana koopt een groot landhuis, schakelt vrienden in en tegen de uitdrukkelijke wil van de ziekenhuisdirecteur in haalt zij Robin met beademingsapparaat en al weg uit het ziekenhuis. Vanaf dat moment is niets te gek meer. Een vriend ontwerpt een rolstoel met een beademingsapparaat dat op een accu werkt, zodat Robin weer naar buiten kan. Een bus wordt verbouwd en Robin kan overal heen gereden worden. Wanneer Jonathan oude foto’s ziet uit de tijd die zijn vader doorbracht in Afrika, besluit het gezin ook weer te gaan reizen. Kunnen wij kiezen om te leven of te sterven? Jazeker, meent Diana, en ik kies om te leven.

Lees verder

In de Willemstraat

Gisteravond nam onze jongste dochter mij mee naar de première van de voorstelling In de Willemstraat van Productiehuis Alphen. De kunstvorm van het (amateur)toneel was wennen. De teksten waren wat uitleggerig en het duurde even voordat de acteurs veranderden in echte personages. Maar naarmate de voorstelling vorderde, merkte ik hoe krachtig juist deze kunstvorm is om dit verhaal te vertellen. Alles was ontdaan van valse emoties en ik kwam aan tafel te zitten bij doodgewone mensen die buitengewone dingen hebben gedaan.

Lees verder