Rouwen is als het sluiten van een deur die niet meer goed dicht gaat. Er lijkt altijd iets tussen te zitten waardoor de deur knerpend open blijft gaan en het verdriet opnieuw snijdend binnenkomt – mijn vader is echt dood. De ene keer ram ik de deur met geweld dicht en blijf ik er huilend van frustratie tegenaan staan. De andere keer probeer ik de deur voorzichtig en heel langzaam te sluiten, op mijn knieën, met een oog dichtgeknepen om te zien waar het precies misgaat. Het baat allemaal niets, zodra ik wegloop hoor ik hem weer opengaan. Soms staar ik op enige afstand naar de deur in het besef dat die lelijke kier op den duur zal gaan wennen. De deur zal nooit meer helemaal sluiten, maar als ik er niet aan denk, zal ik het niet meer zien. Soms storm ik op de deur af en ruk hem open in een wild verlangen dat mijn vader gewoon weer binnen komt lopen, niet voor even maar voor goed. Lees verder
Auteur: Mark-Jan Zwart
Het ritme van herstel
Vanmiddag passeerde ik een rijwiel dat ongeveer het hele fietspad bezette. Het was een soort waterfiets op wielen. Op de achterste plaatsen zaten twee begeleidsters en voorop trapten twee geestelijk gehandicapten mannen net zo hard mee. Ze voelden zich duidelijk de koning te rijk. Toen ik voorzichtig langszij kwam en we een paar woorden wisselden over de mooie fiets, begon één van hen tof te doen als een baldadige tiener: ‘Hé, dat is lang geleden! Met je muts op je hoofd en je waterfles.’ Ik moest lachen en dit maakte de man zo uitgelaten dat ik hem honderden meters verderop er nog over hoorde schreeuwen. Lees verder
Zoals de wind waait
“Hoe staat de wind, jongen?”
“Geen idee, pap. Ik denk zuidwest maar ik weet het niet zeker.”
“Wat doen we? Waar gaan we heen?”
“Ik stap nu op de fiets. We ontmoeten elkaar halverwege. Daar zien we wel verder.”
“Dat is goed. Ik zie je zo.”
Zo begonnen vaak de vele fietstochten die ik met mijn vader heb gemaakt, waarbij wij samen honderden kilometers hebben afgelegd. Herinneringen van onschatbare waarde, waarvan het er nu op lijkt dat het altijd herinneringen zullen blijven. Wie had dat kunnen denken op onze laatste tocht. Lees verder
Zo gaat leven dus
Zo gaat dat dus. Mijn vader werd opgenomen in het ziekenhuis en eigenlijk had ik de verwachting dat hij zou worden behandeld voor een hardnekkige buikgriep. Het bleek anders te zijn. Binnen enkele dagen werd hij in kritieke toestand overgebracht naar een ander ziekenhuis en inmiddels wacht hij op het moment dat hij weer naar huis mag. Om de laatste fase van zijn leven in te gaan. De artsen kunnen niets meer voor hem doen. Geen onschuldig griepje dus, maar een meedogenloze sluipmoordenaar van wie de schuilplaats weliswaar ontdekt is, maar die al te veel schade heeft aangericht om nog iets tegen zijn dodelijke inbreuk te kunnen doen. Lees verder
De diepten van God
Vorige week bezochten wij la grotte de Niches. Omdat er nauwelijks werd geadverteerd met deze grot en wij van het bestaan ervan slechts door een kleine aanwijzing op de autokaart op de hoogte waren, hadden wij verwacht een ondiepe spelonk aan te treffen, waar we misschien wel op eigen gelegenheid doorheen konden lopen. Tot onze verrassing kwamen wij echter, nadat onze auto de zoveelste steile berg op was gekucht, uit bij de ingang van een grot met een diepte van maar liefst 53 meter! Gelukkig hoefden we daar niet zelf in rond te dwalen, wat waarschijnlijk niet goed was afgelopen, maar voor slechts een paar euro’s werden we met een handjevol mensen rondgeleid door een alternatieve, Franse jongeman die wel iets weghad van een oude vriend die op zijn beurt iets wegheeft van Jezus. Lees verder
Jezus op de dansvloer
Terwijl ik Jezus stond te fotograferen, was blijkbaar één van mijn leerlingen dronken aan mij voorbij gewaggeld. Ik had hem niet gezien omdat ik druk bezig was de afbeelding van de Heer vast te leggen met een camera die veel te eenvoudig was voor de donkere ruimte. Pas toen mijn collega mij uit het trapgat naar beneden riep, had ik door dat ik iets gemist had en dat er iets mis was. Lees verder
Het verhaal dat verteld moet worden -Over Paul and the Faithfulness of God
Vorig jaar publiceerde Tom (N.T.) Wright zijn meer dan vuistdikke boek Paul and the Faithfulness of God. Het is geen vluchtig boek maar een breed uitgemeten betoog waarin Wright probeert Paulus zo goed mogelijk terug te plaatsen in zijn wereld om van daaruit zijn boodschap opnieuw, en beter, te verstaan. Op een bescheiden tempo probeer ik het betoog van Wright te volgen en terwijl ik met afgemeten stappen door zijn boek wandel en net over de helft ben, begin ik geleidelijk een pad te ontwaren dat ik niet in een paar woorden kan beschrijven, maar waarvan ik wel verwacht dat het mij naar een bijzonder uitkijkpunt voert. Onderweg heb ik een aantal bijzondere uitzichten genoteerd, die ik bij deze tussenstop op een rijtje probeer te zetten. Verwacht geen uitgebreide samenvatting van dit omvangrijke werk. Verwacht ook geen grondige theologische bespreking. Ik deel slechts enkele gedachten die voor mij een niet echt nieuw, maar wel een verhelderend licht werpen op de Bijbelse boodschap, op de kern van het christelijke geloof en op het bijbehorende wereldbeeld. Lees verder
‘Jezus stop dit!’ – Over het drama van Alphen
Soms is iets zo moeilijk te bevatten dat ik er niet over uitgelezen, uitgedacht of uitgeschreven lijk te raken. Eén van die dingen is het verschijnsel dat iemand zomaar in het wild om zich heen begint te schieten en zo verschillende omstanders verwondt, doodt of voor het leven invalide maakt. Dit verschijnsel heeft inmiddels de huiveringwekkende naam ‘shooting spree’ gekregen. Macaber genoeg heeft ‘spree’ van oorsprong de betekenis van een zorgeloos, levendig uitstapje of zelfs een feestje. Is er misschien een verband met ons woord schietpartij? Lees verder
Boekenlijst 2013
Net als in de voorgaande jaren (zie: 2012 en 2011) bespreek ik hier de boeken die ik dit jaar heb gelezen. De kenmerken van deze besprekingen zijn: kort (een soort minirecensies) en persoonlijk (dit is wat ik ervan vind). Reacties vind ik altijd leuk! Lees verder
De duisternis rukt op…
Een tijd geleden slenterde ik over de markt in mijn woonplaats. Ik liep langs het oude, statige bankgebouw en zag twee oosterse afgoden opgesteld in de hal. Het bankgebouw was een soort oosters-religieus ontspanningsruimte geworden. Ik schrok, niet alleen omdat het inmiddels zo vanzelfsprekend lijkt te zijn dat deze afgodsbeelden onderdeel van ons straatbeeld uitmaken, maar vooral ook omdat de christengemeente waartoe ik behoor tot voor kort een evangelisatiekraam vlak bij die plek had staan. Letterlijk: weggegaan, plaats vergaan. Ik vond het schrijnend en confronterend. Lees verder