Boekenlijst 2013

Net als in de voorgaande jaren (zie: 2012 en 2011) bespreek ik hier de boeken die ik dit jaar heb gelezen. De kenmerken van deze besprekingen zijn: kort (een soort minirecensies) en persoonlijk (dit is wat ik ervan vind). Reacties vind ik altijd leuk!

Vader zoon(1) De vader en de zoon, Peter ter Velde

De Nederlandse literatuur staat bol van boeken waarin schrijvers zich willen afzetten tegen hun (geloofs)opvoeding. Peter ter Velde, zoon van de evangelische voorman Feike ter Velde, draagt hieraan een klein steentje bij met dit boek, waarin hij volgens eigen zeggen een autobiografische kern met grote hoeveelheden fictie heeft verweven. Het boek vertelt het verhaal van Johan, de zoon van een bekende evangelische leider, die hoewel hij in de voetsporen van zijn vader treedt al van jongs af aan worstelt met zijn geloof. Met name de worsteling met zijn ontluikende seksualiteit en zijn onvermogen om – zoals hij het ziet – aan de eisen die het geloof aan hem stellen te voldoen, zorgen ervoor dat Johan steeds meer met een masker op gaat leven en een dubbelleven leidt. Johan (of is het gewoon Peter?) ervaart dat hij leert om de leugen juist toe te passen in plaats van af te leggen (zoals Paulus gelovigen voorhoudt). Het verhaal is doorspekt met talloze Bijbelpassages en nauw kloppende toepassingen. Het is confronterend om te lezen hoe iemand zo dicht bij de waarheid is gekomen – deze zelfs heeft gepredikt – zonder er uiteindelijk zelf in te geloven. Ik vind het oprecht schrijnend dat Ter Velde nooit een levensveranderende ontmoeting met de Heer Jezus lijkt te hebben gehad. In het hoofdstuk met de veelzeggende titel ‘de teloorgang’ gaat het in moreel opzicht helemaal mis met Johan. Tot op dat punt vertelt Ter Velde een verhaal waar iedere (christen-)tienerjongen over had kunnen schrijven, puberaal maar herkenbaar. Vanaf dat kantelpunt wordt Johan echter een plat personage, zonder ruggengraat. Ter Velde heeft dat misschien bewust zo willen vertellen vanuit de dubbelheid waarin Johan leeft, maar het maakt Johan voor mij een onverantwoordelijk en egoïstisch personage. Heeft hij dan geen enkel moreel besef meer? Het verhaal beschrijft een wereld die helemaal om Johan draait. Hij breekt radicaal met zijn oude ik om – in zijn bewoordingen – ‘opnieuw geboren te worden’. Heel listig draait Ter Velde het Bijbelse ‘sterven van de oude ik’ en ‘opnieuw geboren worden’ om in wat de Bijbel juist de ‘oude ik’ en het niet hebben van het leven noemt. Johan gaat aan het einde van het boek jarenlang op wereldreis, waarbij hij niet alleen zijn gemeente, maar ook zijn gezin achterlaat. Hierdoor blijf ik als lezer met de vraag achter wat Johan later eigenlijk tegen zijn eigen zoon te zeggen heeft.

Codex Constantijn(2) Codex Constantijn, Paul Maier

Dit is het derde deel in een serie over hoogleraar Jon Weber. Net als de voorgaande delen (‘Het Rama-document’ en ‘Operatie Wederkomst’) bevat dit deel opnieuw een zeer onwaarschijnlijk verhaal, dat op punten ook nog erg kneuterig is geschreven (‘Als dit een stripverhaal was, zou bij het weggaan boven elk hoofd een wolkje staan met een vraagteken en een uitroepteken.’). Hoewel het onderwerp mij boeit (manuscripten en verloren gewaande delen van de Bijbel), wordt het zo ongeloofwaardig neergezet dat het hier en daar zelfs irriteerde. Neem bijvoorbeeld de overemotionele reacties op de vondst van het vermeende authentieke slot van Markus 16 en van het fictieve 2Handelingen. Dat de tekst van deze vondsten helemaal in de stijl van Maier zelf is geschreven en schril afsteekt tegen de veel meer verfijnde stijl van rest van het Nieuwe Testament, lijkt de schrijver zelf niet te deren. 2Handelingen blijkt gewoon het verhaal over Paulus te vertellen dat Maier zelf heeft opgeschreven in zijn (overigens veel betere) historische roman ‘De brand van Rome’. De wijze waarop Maier de waarde van deze vondsten overschat in zijn verhaal is typisch. Zo laat hij Weber zeggen: ‘ze wisten heel goed dat het plotselinge einde van het evangelie van Markus een van de grootste problemen van de religieuze wetenschap was’. Weliswaar relativeert Webers vrouw Shannon deze opmerking door te stellen dat het voor een christen niet nodig is om deze delen in de Bijbel te hebben, maar Weber onderstreept zijn opmerking met de stelling dat het voor de niet-christelijke wereld de betrouwbaarheid, zelfs de geloofwaardigheid (!) van de Bijbel bevestigt. Wat een overschatting! De storende onderschatting van de compleetheid van het NT blijkt uit deze – zelfs stuitende – opmerking: ‘de gênante verhalen over het oppakken van slangen en het drinken van gif, die in latere eindes van het evangelie te lezen waren, en die volgens wetenschappers niet authentiek konden zijn’. Weber reageert hier weliswaar op extreme groeperingen die deze teksten tot het middelpunt van hun geloof hebben gemaakt en daadwerkelijk slangen opnemen in de diensten (in Kentucky, Tennessee), maar het lijkt toch iets te zeggen over Maiers eigen opvattingen. Wat nou als het huidige slot van Markus wel authentiek en geïnspireerd blijkt te zijn? Merkwaardig is ook de relativerende opmerking over de kruistochten uit de mond van Shannon: ‘ik ben het niet eens met de zeurpieten die zeggen dat de kruistochten de grootste zonde van de kerk waren’. Als argument voert zij aan dat christenen meer te lijden hebben gehad van moslims dan andersom; christenen hebben alleen grond afgepakt dat oorspronkelijk christelijk (?!) was en de moslims hebben veel meer gestolen. Na het lezen van zijn boeken ‘Pontius Pilatus’ en ‘De brand van Rome’ was ik voorzichtig enthousiast over Paul Maier als schrijver van historische romans. Na dit boek is dat enthousiasme er vanaf.

Bijbelse missie(3) De Bijbelse missie. Gods opdracht voor Zijn kinderen, Christopher J.H. Wright

Theologen willen graag een kader scheppen waarbinnen het grote plan van God een stukje duidelijker wordt. Wright heeft hieraan met dit goed leesbare boek een interessante bijdrage geleverd. Het kader dat hij als uitgangspunt neemt is de missie van God, waarmee hij probeert de rode lijn van de Bijbel zichtbaar te maken. Prikkelend stelt Wright dat sommige christenen de Bijbel laten beginnen in Genesis 3 (de zondeval) en laten eindigen bij Openbaring 20 (het oordeel) en zo wel de kern van het evangelie kennen, maar de lijn van schepping (Genesis 1) naar herschepping (Openbaring 21) uit het oog verliezen. Overtuigend toont Wright aan dat het evangelie teruggaat op het Oude Testament en niet pas begint in Mattheüs. Daarbij verliest Wright mijns inziens wel te gemakkelijk het nieuwe aan het Nieuwe Testament uit het oog. Zo neemt hij op een prachtige wijze Abraham als voorbeeld, die de voorloper is van het stichten van gemeenschappen waarin geloof en gehoorzaamheid centraal staan, maar schiet hij te ver door als hij stelt dat de kerk niet begint met Pinksteren, maar met Abraham. Dat God altijd dezelfde missie heeft gehad, betekent nog niet dat de heilsgeschiedenis geen verschillende fasen kent. De kerk lijkt mij vooralsnog een nieuwe fase in het handelen van God, zonder dat Hij overigens Zijn plan met het volk Israël heeft losgelaten. Toch zijn de lijnen die Wright trekt naar het Oude Testament boeiend en relevant. Hij laat zien dat de roeping van het volk Israël eigenlijk een missionair doel diende en dat dit een les bevat voor de kinderen van God. Scherp schrijft hij: ‘de wereld zal geen reden hebben om aandacht te besteden aan woorden over een onzichtvare God als er geen zichtbaar verschil is tussen het leven van degene die deze overtuiging uitdraagt en wie dat niet doet’. Daarmee wordt het boek van Wright een uitdagend en praktisch boek. De missie van God heeft namelijk betrekking op onze levensstijl. Het gaat over de opdracht voor verloste mensen om te zorgen voor de schepping met als uitzicht dat de hele schepping eens verlost zal worden. In deze missie ziet Wright het verlossingswerk van de Heer Jezus centraal staan. Zo centraal zelfs dat dit niet alleen beperkt moet blijven tot evangelisatiewerk, maar betrekking moet hebben op iedere vorm van maatschappelijke betrokkenheid. In het slot van zijn boek probeert Wright daarom ook zo concreet mogelijk te worden. Hij laat op inspirerend wijze zien hoe ons alledaagse werk ‘missionair’ is en dat discipelschap en bezig zijn met Gods missie gewoon op je werk begint. Tot slot voert hij een pleidooi om terug te keren tot het complete evangelie. Er mag namelijk geen scheiding zijn tussen individueel en universeel (Gods missie is groter dan slechts onze verlossing), tussen geloof (belijden) en leven, tussen verkondigen en laten zien. Door de missie van God in het midden te zetten, weet Wright het christenleven in een nuchter en bevrijdend perspectief te zetten (‘we zijn rentmeesters (geen eigenaars) en getuigen (geen bedenkers) van het evangelie…wij zijn plastic draagtasjes voor het evangelie’) en terug te brengen tot de kern (‘in principe is het Nieuwe Testament geschreven door discipelen, voor discipelen en om discipelen te maken’).

Illusie(4) Illusie, Frank Peretti

Peretti is een knappe verteller, wat hij in dit verhaal opnieuw bewijst. Het boek opent met de scène dat de illusionist Dane Collins zijn vrouw Mandy, met wie hij altijd samen heeft opgetreden, verliest bij een auto-ongeluk. Zoals we van Peretti gewend zijn weet hij binnen een paar hoofdstukken een spannende knoop te leggen als in de geboortestreek van Mandy plotseling een meisje opduikt dat precies lijkt op de jonge Mandy. Zij blijkt ook nog eens fabelachtige goocheltrucs te beheersen. Dit gegeven levert een merkwaardig verhaal op, waarbij ik mij soms afvroeg of het wel ‘zuiver’ was, maar omdat het precies aan de goede kant van de rand bleef en mij wist te pakken, moest ik weten hoe het verhaal verder zou gaan. De kracht van Peretti’s vertelstijl zit hem wat mij betreft in de manier waarop hij verschillende aansprekende personages neerzet. Dat alleen al maakt zijn verhalen altijd boeiend. Vervolgens weeft Peretti verschillende verhaallijnen knap door elkaar, waardoor hij de lezer gemakkelijk door het verhaal heentrekt tot de – voor hem typerende – grand finale. Een zwakker punt van dit verhaal is wel dat de eerste helft een stuk verrassender is dan de laatste helft. Het is opvallend dat Peretti het geestelijke strijdtoneel in zijn verhalen helemaal lijkt te hebben verlaten. Na zijn boek ‘De Bezoeking’, dat voor mij zowel een hoogtepunt (weinig verhalen hebben mij zo gegrepen en verhit gemaakt) als een dieptepunt (de parallel met de kruisiging vind ik te extreem en zelfs ongepast) in zijn oeuvre is, lijkt Peretti een andere koers te zijn ingeslagen. Sindsdien richt hij zijn pijlen meer op de hybris van de wetenschap. Net als in zijn vorige boek ‘Monster’ (met genetische manipulatie als onderwerp) is in ‘Illusie’ de ethiek rond de wetenschappelijke en technologische vooruitgang een achterliggend vraagstuk. Toch was dit na het lezen niet de belangrijkste boodschap die bij mij achterbleef. Eigenlijk is ‘Illusie’ namelijk gewoon een schitterend eerbetoon aan zijn vrouw, aan wie Peretti het verhaal heeft opgedragen. Hij refereert hier zelf ook aan in zijn nawoord. Dat hij daarbij alsnog ook wat geestelijke symboliek in zijn verhaal probeert te leggen, vind ik niet alleen vergezocht, maar ook overbodig. Als homage aan zijn vrouw is het boek mooi en waardevol genoeg.

Kenmerken gezond gezin(5) De vijf kenmerken van een gezond gezin, Gary Chapman

In een gezin kan veel goed gaan, maar ook veel verkeerd. Omdat ik mijn gezin heel belangrijk vind, lees ik zo nu en dan een boek dat mij verder kan helpen om te groeien in goed vaderschap. Dit boek had ik al tien jaar staan (sinds de geboorte van onze oudste), maar ik had me er nooit toe gezet om het ook daadwerkelijk te lezen. Eerlijk gezegd vind ik dat ik er weinig aan gemist heb. Het boek staat vol goede, maar vooral open ‘deuren’. Daardoor vond ik het een behoorlijke klus om het boek ook helemaal uit te lezen, hoewel het toch makkelijk geschreven is. Natuurlijk staan er dingen in die mij als man en vader weer op scherp zetten. Met name het eerste hoofdstuk over een dienstbare houding is daar een goed voorbeeld van. Toch gaat Chapman wat mij betreft niet diep genoeg. Het boek staat vol met verschillende evaluatieschema’s en voorbeeldgesprekjes die je met je partner of kinderen zou kunnen voeren. In deze gesprekjes zitten weliswaar waardevolle elementen (hoe je iets zegt), maar ze pakken volgens mij niet het werkelijke probleem aan (waarom je het bij voorbaat al niet zo zegt). Dat vind ik het zwakke punt van dit boek. Het probleem waardoor het misloopt in gezinnen zit vaak dieper. Het is niet dat wij niet zien wat er fout gaat, maar dat wij niet in staat zijn om dit om te buigen. Op diverse cruciale punten raadt Chapman aan om therapie in te schakelen en daardoor haakt hij op de meest uitdagende punten eigenlijk af. Dat blijkt ook wel uit Chapmans voorzichtige houding ten opzichte van zijn eigen christelijke overtuiging, die hij zeker niet onbesproken laat. Steevast noemt hij bijvoorbeeld de Bijbel de Hebreeuwse en Griekse geschriften van respectievelijk het Oude en het Nieuwe Testament. Alsof het gezag van de Bijbel in de ouderdom van de geschriften ligt! Ik zou dit boek aan andere (beginnende) ouders zeker niet afraden. Het is een opstap om verkeerde patronen te herkennen, maar tegelijk wil ik onderstrepen dat ik ervan overtuigd ben dat het aanpakken van deze patronen begint bij een radicale overgave aan de Heer Jezus, Die met Zijn Geest daadwerkelijk karakters kan veranderen.

Nynke(6) Nynke, Leendert van Wezel

Tegen de achtergrond van de Tachtigjarige Oorlog vertelt Van Wezel een aardig verhaal over het heksenproces tegen Nynke Dimmensdochter. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van haar broer Lenert, die uitgroeit tot de stadsschrijver. Dit is een handige ‘camerapositie’ omdat de lezer op die manier zowel zicht heeft op de algemene verwikkelingen van die tijd, als heel dicht op de huid van het drama rond Nynke zit. Het boek is mooi geschreven, maar – hoewel de hoofdpersoon natuurlijk wel schrijver is – vraag ik mij af of Van Wezel de historische setting niet te gemakkelijk gebruikt om zijn personage regelmatig in grootse metaforen te laten denken. Het lijkt mij dat men dit vroeger net zo min deed als tegenwoordig. Het boek wist mij niet de hele tijd te boeien. De toenemende beschuldigingen van hekserij aan het adres van Nynke en de halfslachtige houding van haar broer Lenert hierin, hadden wat mij betreft met meer dramatiek kunnen worden uitgewerkt. Ronduit storend vond ik sommige beschrijvingen van heksentoestanden en verwarrend was de bijgelovige, bijna paranormale, aanleg van Lenert zelf. Zeker omdat het boek van deze christelijke schrijver eigenlijk een hoopvolle boodschap ontbeert, wat Van Wezel zelf ook min of meer toegeeft in zijn nawoord, vind ik het des te opmerkelijker dat hij in zijn lijst met geraadpleegde literatuur een boek van een bekende, praktiserende heks heeft opgenomen. Van Wezel weet de absurditeit van de heksenjacht goed neer te zetten. Nynke beschikt over een bijzondere kennis van de werking van planten en de natuur, wat haar in die tijd al snel verdacht maakte. Zij is een aantrekkelijk en krachtig personage, die een evenwichtig – hoewel toch protestants – standpunt inneemt in de godsdiensttwist rondom de Reformatie. Door de afbraak van het traditionele rituele raamwerk waarmee het volk ongeluk en zorgen beheerste, heeft de Reformatie ongewild een hernieuwde interesse voor hekserij en het occulte in de hand gewerkt, schrijft historicus Ozment. Tegen deze achtergrond heeft Van Wezel een interessante historische roman geschreven, waarbij het hem helaas niet is gelukt het ‘licht van Gods genade te laten schijnen’ (zoals hij zelf graag had gedaan volgens zijn eigen nawoord).

Dit is liefde(7) Dat is liefde Vincent. Het effect van genade, Willem de Vink

Het idee achter dit boek is boeiend, maar de uitwerking is niet erg toegankelijk. Dit komt met name door de onoverzichtelijke indeling. Het (redelijk dikke) boek is onderverdeeld in drie hoofddelen, waarvan de verschillende paragrafen helaas niet in de inhoudsopgave zijn opgenomen. Zo ontstaat eigenlijk één lange tekst, doorspekt met stevige volzinnen, wat de leesbaarheid niet ten goede komt. Willem de Vink – zelf tekenaar – heeft een duidelijk doel, zoals al uit de titel blijkt: hij wil postuum aan de door hem bewonderde Vincent Van Gogh duidelijk maken wat de vrijheid en de vreugde van een gerechtvaardige is. Daarvoor bespreekt De Vink verschillende gebeurtenissen uit het leven van Van Gogh en natuurlijk vele van zijn schilderijen, waarbij het schilderij van de verloren zoon een leidraad voor het boek vormt. Dat waren de boeiendste delen van het boek. Terloops komen ook andere kunstenaars aan bod. Zo leidt De Vink de lezer bijvoorbeeld vakkundig rond in het schilderij ‘Christus te midden van de zieken’ van Rembrandt. Ook de bespreking van zeven kunstzinnige interpretaties van de kruising is bijzonder interessant. Hoewel De Vink daarin misschien kritischer kan zijn. Ik kan mij bijvoorbeeld beter vinden in de opmerking van Willem Ouweneel over de interpretatie van de kruisiging door Salvador Dali: ‘dit is een ‘mystieke Christus’, niet de concrete Jezus van Nazareth, ‘in het vlees gekomen’ en gestorven op en voor deze wereld’ (De Zesde Kanteling). De Vink maakt deel uit van de genadebeweging rond Joseph Prince. Dit komt regelmatig terug in zijn boek en levert soms zeer opmerkelijke uitspraken op. Zo maakt De Vink, die zich afzet tegen alles wat met de wet te maken heeft, een opmerking over de irrelevante voorschriften uit de Thora, omdat de tempel niet meer zou bestaan (maar: de wet is er om de Here God te kennen, Jeremia 2:8, 31:33-34). Ook over de Bergrede schiet De Vink flink uit de bocht als hij schrijft: ‘slechts twee van de vier evangelisten hebben de moeite genomen om deze preek van Jezus te noteren’ (ondanks de glasheldere woorden van de Heer Jezus zelf, Mattheüs 5:17-20; 7:24-27). Toch kan ik mij vinden in de hoofdlijn die De Vink uitwerkt, waarin hij de Heer Jezus in het midden zet, Die het vaderhart van God invoelbaar maakt, ‘het hart dat Hij zo goed kent, omdat het Zijn eigen hart is’.

Gilead(8) Gilead, Marilynne Robinson

Dit kleine verhaal won in 2005 de Pulitzer Prize. Het verhaal is eigenlijk een lange brief van predikant John Ames (77) aan zijn 7-jarige zoontje. In zijn brief weidt Ames uit over onder andere zijn woeste grootvader die zich militant heeft ingezet voor de abolitionistische zaak, over zijn broer die theologie ging studeren en als ongelovige terugkeerde en ook over zijn eigen worstelingen waarin de lezer een puur, eerlijk en oprecht geloof ontdekt. Gaandeweg de brief wordt duidelijk dat Ames wil waarschuwen voor de zoon van zijn vriend (en tevens predikant) Boughton, die nota bene naar hem is vernoemd. Hij doet dit met een respectvolle voorzichtigheid, waaruit het hoogstaande karakter van Ames spreekt, dat ook blijkt uit het treurige slot waarin Ames en zijn naamgenoot hun laatste ontmoeting hebben. Uiteindelijk trok dit element mij het meest door dit trage verhaal, dat toch ontroerend mooi en poëtisch vertelt over liefhebben en loslaten, sterven en geloven.

Gouden ei(9) Het Gouden Ei, Tim Krabbé

Soms wordt een verhaal zo goed verteld dat het niet meer uitmaakt dat je het einde al kent. Dat is ook het geval in dit korte verhaal van Krabbé, hoewel ik niet houd van de enkele vloeken en promiscue verwijzingen erin. Het verhaal start met het verliefde stel Rex en Saskia dat op de reis naar hun vakantiebestemming een tussenstop maakt bij een benzinestation, waar Saskia spoorloos verdwijnt. Door een geniale opbouw met uitstekende perspectiefwisselingen en sprongen in de tijd ontrolt zich een vertelling die uitmondt in een bizar slot. Op knappe wijze neemt Krabbé de lezer ook mee in de ontwikkeling van het zieke plan van de misdadiger die eng gewoon lijkt. Door stap voor stap de voorbereiding van de misdaad te beschrijven en de uitvoering vervolgens toch iets anders te laten verlopen, ontstaat een geloofwaardig drama. Hoewel het een morbide verhaal oplevert, is het uiteindelijk de liefde van Rex voor Saskia die blijft nagalmen.

En toen had ik er geen zin meer in om alles wat ik lees te bespreken. De volgende titels volgden nog dit jaar – misschien leuk voor een bespreking op aanvraag… 😉

(10) Kroniek van een aangekondigde dood, Gabriël García Márquez

(11) De blauwe hel, Ella Marjon

(12) Schaduw van de wolf, Els Florijn

(13) De glorie van God, Willem J. Ouweneel

(14) Lach met de duivel. Autobiografie van een ‘rotte-appel’-Marokkaan, Yehja Kaddouri

(15) Waarom jongeren moorden, Peter Langman

(16) Joden en christenen. Een verdiepend gesprek, Willem J. Ouweneel & Lody van der Kamp

(17) Badwater, Guurtje Leguijt

(18) De R van rebel. Van kruimeldief tot crimefighter, Peter R. de Vries

(19) Pesach in Praag, Frank Dorst

(20) Ararat, Frank Westerman

(21) Geloof & Natuurwetenschap. Een introductie, Alister McGrath

(22) De gelukkige klas, Theo Thijssen

(23) Met moslims in gesprek over het evangelie, J. Verkuyl

(24) Toen de kracht Gods op mij viel. 100 jaar pinksterbeweging in Nederland 1907-2007, Cees en Paul van der Laan

(25) Onze Vader, Els Florijn

2 comments

  1. Pingback: Leren Leven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s