Auteur: Mark-Jan Zwart

Stokslagen voor de schoolmeester

Er is een oud verhaal dat vertelt hoe de Romeinen de Etruskische stad Falerii belegerden. De kinderen van de vooraanstaande Faleriërs kregen in die dagen les van de beste schoolmeester van de stad. Hij gaf zijn lessen graag buiten de stadsmuren en ook tijdens de belegering ging hij hier gewoon mee door. Op een dag bracht de schoolmeester zijn leerlingen tot aan de voorpost van het Romeinse leger. Hij leidde hen naar het hoofdkwartier van de Romeinse generaal Camillus en leverde de kinderen aan hem uit. ‘De ouders van deze jongens zijn de leiders van Falerii. Deze stad is van u.’ De Romeinse generaal Camillus werd echter woedend vanwege dit onfatsoenlijke gedrag. ‘Wij vechten tegen volwassenen, niet tegen kinderen.’ Hij liet de schoolmeester uitkleden en gaf de jongens stokken om hem de hele weg terug naar de stad stokslagen te geven. Toen de inwoners van Falerii hoorden hoe de Romeinen hadden gehandeld, raakten zij diep onder de indruk. Zij gaven zij zich hierop vrijwillig aan hen over.

Lees verder →

Verlossing en Het gouden ei

Het is dit jaar veertig jaar geleden dat Het gouden ei van Tim Krabbé verscheen. Wie het boek heeft gelezen, kan geen tankstation langs de snelweg passeren zonder af en toe terug te denken aan Saskia Ehlvest. Dat zal voor menig Nederlander gelden, want de titel prijkt al vanaf de jaren tachtig bovenaan de boekenlijsten van middelbare scholieren. En dat is begrijpelijk. Het is een dun boek, aantrekkelijk geschreven en het verhaal belooft de lezer een mokerslag uit te delen. Voor docenten Nederlands is het ook een handig boek om te gebruiken in de les, omdat vrijwel alle elementen van verhaalanalyse erin voor het oprapen liggen. Er is een overdaad aan motieven te ontdekken, het vertelspel met chronologie en perspectief houden de spanningsboog strak gespannen en wie van een benzinestation een onvergetelijke plek weet te maken, snapt hoe ruimte in een verhaal werkt. Toch is Het gouden ei meer dan een schoolvoorbeeld van literaire techniek. Achter het verhaal schuilt een werkelijkheid die wij allemaal herkennen.

Lees verder →

Tranen uit Golan

Makkelijke meningen bestaan niet. Dat bleek vandaag maar weer toen Nur, een Syrische leerlinge, hartgrondig begon te huilen in mijn les. Enkele weken geleden had Nur al laten vallen dat iedereen Israël haat. Ik had haar opmerking voorlopig gelaten voor wat die was. Toen ik vandaag de situatie in Israël besprak, hield Nur zich echter afzijdig. Ik hoorde haar wel binnensmonds verwensingen uiten aan het adres van Netanyahu en Israël, maar daar bleef het bij. Totdat ik de gegijzelde Israëli’s noemde. ‘Dat zijn slechte mensen,’ riep Nur. De klas reageerde verontwaardigd. Toen ik Nur bevroeg over haar opmerking, bond zij in maar zij begon ook te vertellen over haar woonplaats in Golan, dat altijd aan haar volk had toebehoord maar nu gebied van Israël is, en over de wereldwijde haat tegen Arabieren sinds 9/11.

Lees verder →

Grappen van God

Kunnen wij kiezen om te leven of te sterven? Deze vraag vormt een belangrijk motief in de film Breathe (2017). De film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Robin Cavendish, die op achtentwintigjarige leeftijd besmet raakt met het poliovirus en vanaf zijn nek verlamd raakt. Van de ene op de andere dag verandert Robin van een energieke levenslustige man in een zogenaamde responaut, iemand die afhankelijk is van een beademingsapparaat. Hoewel zijn vrouw Diana hem iedere dag opzoekt en hem probeert op te vrolijken met hun pasgeboren zoon Jonathan (die de film overigens heeft geproduceerd), raakt Robin in een diepe depressie. Hij wil niets liever dan sterven en hij vervloekt het apparaat dat hem in leven houdt. Zijn vrouw wil echter niets van zijn wens om te sterven weten. Haal me dan tenminste weg uit dit ziekenhuis, smeekt Robin. Dat is het begin van een prachtig verhaal. Diana koopt een groot landhuis, schakelt vrienden in en tegen de uitdrukkelijke wil van de ziekenhuisdirecteur in haalt zij Robin met beademingsapparaat en al weg uit het ziekenhuis. Vanaf dat moment is niets te gek meer. Een vriend ontwerpt een rolstoel met een beademingsapparaat dat op een accu werkt, zodat Robin weer naar buiten kan. Een bus wordt verbouwd en Robin kan overal heen gereden worden. Wanneer Jonathan oude foto’s ziet uit de tijd die zijn vader doorbracht in Afrika, besluit het gezin ook weer te gaan reizen. Kunnen wij kiezen om te leven of te sterven? Jazeker, meent Diana, en ik kies om te leven.

Lees verder →

In de Willemstraat

Gisteravond nam onze jongste dochter mij mee naar de première van de voorstelling In de Willemstraat van Productiehuis Alphen. De kunstvorm van het (amateur)toneel was wennen. De teksten waren wat uitleggerig en het duurde even voordat de acteurs veranderden in echte personages. Maar naarmate de voorstelling vorderde, merkte ik hoe krachtig juist deze kunstvorm is om dit verhaal te vertellen. Alles was ontdaan van valse emoties en ik kwam aan tafel te zitten bij doodgewone mensen die buitengewone dingen hebben gedaan.

Lees verder →

Tasten naar God

Bestaat God? En kunnen wij dat beredeneren? Ja, meende Anselmus van Canterbury (1033-1109). Als God het hoogst denkbare is, dan moet Hij wel bestaan. Niet kunnen denken dat iets niet bestaat (pas op voor de dubbele ontkenning…) is namelijk groter dan wel kunnen denken dat iets niet bestaat. Aangezien bestaan weer groter is dan denken aan bestaan en God het hoogst denkbare is, moet Hij wel bestaan. Kort gezegd: als wij aan het bestaan van God kunnen denken, bestaat Hij ook.

Lees verder →

Verbinding met de ene werkelijkheid

De coronacrisis heeft een lelijke scheur tussen kerk en samenleving blootgelegd. Kerkgangers die journalisten gewelddadig verjagen, drukbezochte marathonkerstdiensten en gelovigen die triomfantelijk wijzen op de scheiding tussen kerk en staat om vervolgens hun eigengereide gang te gaan – het onthult een vreemd dualisme dat het denken van veel christenen is gaan beheersen, waarin kerk en samenleving tot twee verschillende werelden zijn verworden.

Lees verder →

De ironische cultus van Instagram

Enkele jaren geleden speelde ik met de gedachte om ook een profiel op Instagram aan te maken. Ik besprak deze overweging met mijn leerlingen en hun onmiddellijke reactie verraste mij. ‘Doe maar niet, meneer. U gaat niet ontkomen aan porno op Instagram.’ De waarschuwing was even kernachtig als verontrustend. Wat betekent het als jongeren waarschuwen voor een platform waarop zich het grootste gedeelte van hun sociale leven afspeelt? Bedoelden mijn leerlingen dat Instagram een jongerending is dat ik toch niet zou begrijpen? Of uitten zij indirect een noodkreet over het negatieve effect dat Instagram op hun leven heeft?

Deze week verscheen in Vrij Nederland het artikel Hoe digitale droomvrouwen de werkelijkheid in de weg zitten. Journalist Doortje Smithuijsen sprak met twaalf jongens tussen de 19 en 35 jaar over Instagram. In haar essay beschrijft zij hoe vrouwen op Instagram deelbare producten zijn geworden en, wat nog veel ingrijpender is, hoe vrouwen in het echt steeds meer tegenvallen omdat zij niet voldoen aan het typische beeld dat Instagram van hen geeft. Het artikel bevestigt mijn vermoeden dat de reactie van mijn leerlingen ten diepste toch vooral een noodkreet was. Instagram lijkt een nieuwe stap in de teloorgang van onze cultuur en ons mensbeeld te zijn.

Lees verder →

Weten wat we wisten

In 2006 bezochten mijn ouders het voormalige concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Toen zij op een plaatselijk terras de sombere indrukken van dit bezoek probeerden te verwerken, raakten zij in gesprek met een oudere dame uit het dorp. Toen zij hoorde dat mijn ouders zojuist Mauthausen hadden bezocht, begon de dame zich onmiddellijk te verontschuldigen dat zij nicht gewusst had wat daar had plaatsgevonden. Voor de naoorlogse generatie was het excuus wir haben es nicht gewusst bijna vanzelfsprekend en tegelijkertijd werd het smalend en argwanend ontvangen. Hoe kon men niet geweten hebben van de massale slachtpartijen in de eigen achtertuin? De grauwe ruïnes van de vernietigingskampen steken nog als beschuldigende vingers uit de Europese bodem. Maar is het wel terecht dat gewone burgers van voormalig nazi-Duitsland, zoals deze vrouw, deze loden last alleen moeten dragen? Wat hebben wij, Nederlanders, eigenlijk zelf geweten? Vergeleken met andere bezette landen in West-Europa zijn uit ons land verhoudingsgewijs de meeste Joden gedeporteerd en vermoord. Ook uit onze eigen bodem steken schuldige tentakels omhoog. Als die Oostenrijkse vrouw zich zou moeten verontschuldigen, moeten de omwonenden van Westerbork of de buurtbewoners van bijvoorbeeld het Scheveningse Belgisch Park dat dan niet net zo goed doen?

Lees verder →