Auteur: Mark-Jan Zwart

Alleen samen op weg

Er is een plaats waarvan ik vermoed dat daar zijn laatste reis is begonnen. Ik ben het pad gevolgd en denk zijn verse sporen te hebben gezien. Alsof hij daar nog maar net gelopen had. Een verwarrend verlangen dreef mij voort, tot aan de laatste richel, waar ik niet verder kon en hij uit het zicht verdwenen was. Daar, op die bergtop boven de verre vlakte die hij doorkruist heeft en waar ik alleen over kon uitzien, ging ik zitten en bleef wachten. Een uur op niets. Een dag op de werkelijkheid. Een week op geloof.

Lange tochten hebben mij altijd getrokken. Ik kan het nog geen reizen noemen, daarvoor ben ik meestal te dicht bij huis gebleven, maar vaak was het ver genoeg om los te komen van het vertrouwde. Te voet lukt dat niet goed en gemotoriseerd gaat mij te snel en het voertuig heeft de neiging weer een nieuw ‘thuis’ te worden. Echt loskomen op een lange tocht doe ik het allerliefst op de fiets. In de open lucht, blootgesteld aan de zon en de wind. In de afgelopen week heb ik geprobeerd om naar Brugge te fietsen. Alleen. Dat was een grotere uitdaging dan het bereiken van de bestemming of de ruim driehonderddertig kilometer die ik heb afgelegd. Lees verder

Weg met die excuuschristen, Jezus voor de klas!

Donderdag was ik samen met mijn twee broers, die ook in het onderwijs werken, op een ‘dag vol ontmoeting en bezieling over waar het in het christelijk onderwijs om draait’ georganiseerd door Verus. Onder deze naam heeft protestants-christelijk en katholiek onderwijs zich vanaf nu verenigd. Het was een dag om deze vereniging te vieren maar ook een dag van bezinning op wat nou precies de identiteit van een christelijke school is. Je zou verwachten dat zo’n samengaan het hart van de christelijke identiteit glashelder zou maken. Dit bleek echter minder vanzelfsprekend dan gedacht. Lees verder

Nura en het mozaïek van herinnering

Nura zat verloren op een harde, houten stoel tussen de verder lege stoelen die schots en scheef om haar heen stonden. Ik bekeek haar van een afstand. Met het verstrijken van de jaren was zij een mooie meid geworden. Haar zwarte haar hing sluiks rondom haar bleke gezicht. Voor de gelegenheid had zij haar vaste outfit van een smoezelige trainingsjackie en afgetrapte sportschoenen verruild voor zwarte pumps onder een chique, rood jurkje dat niet alleen haar slanke figuur maar ook haar eenzame verschijning benadrukte. Was dit hetzelfde meisje als Nura die vijf jaar geleden van mijn eerste jaar voor de klas een ware vuurproef had gemaakt?  Lees verder

Vijftig dagen van rouw

Rouwen is als het sluiten van een deur die niet meer goed dicht gaat. Er lijkt altijd iets tussen te zitten waardoor de deur knerpend open blijft gaan en het verdriet opnieuw snijdend binnenkomt – mijn vader is echt dood. De ene keer ram ik de deur met geweld dicht en blijf ik er huilend van frustratie tegenaan staan. De andere keer probeer ik de deur voorzichtig en heel langzaam te sluiten, op mijn knieën, met een oog dichtgeknepen om te zien waar het precies misgaat. Het baat allemaal niets, zodra ik wegloop hoor ik hem weer opengaan. Soms staar ik op enige afstand naar de deur in het besef dat die lelijke kier op den duur zal gaan wennen. De deur zal nooit meer helemaal sluiten, maar als ik er niet aan denk, zal ik het niet meer zien. Soms storm ik op de deur af en ruk hem open in een wild verlangen dat mijn vader gewoon weer binnen komt lopen, niet voor even maar voor goed. Lees verder

Het ritme van herstel

Vanmiddag passeerde ik een rijwiel dat ongeveer het hele fietspad bezette. Het was een soort waterfiets op wielen. Op de achterste plaatsen zaten twee begeleidsters en voorop trapten twee geestelijk gehandicapten mannen net zo hard mee. Ze voelden zich duidelijk de koning te rijk. Toen ik voorzichtig langszij kwam en we een paar woorden wisselden over de mooie fiets, begon één van hen tof te doen als een baldadige tiener: ‘Hé, dat is lang geleden! Met je muts op je hoofd en je waterfles.’ Ik moest lachen en dit maakte de man zo uitgelaten dat ik hem honderden meters verderop er nog over hoorde schreeuwen. Lees verder

Zoals de wind waait


“Hoe staat de wind, jongen?”
“Geen idee, pap. Ik denk zuidwest maar ik weet het niet zeker.”
“Wat doen we? Waar gaan we heen?”
“Ik stap nu op de fiets. We ontmoeten elkaar halverwege. Daar zien we wel verder.”
“Dat is goed. Ik zie je zo.”


Zo begonnen vaak de vele fietstochten die ik met mijn vader heb gemaakt, waarbij wij samen honderden kilometers hebben afgelegd. Herinneringen van onschatbare waarde, waarvan het er nu op lijkt dat het altijd herinneringen zullen blijven. Wie had dat kunnen denken op onze laatste tocht.  Lees verder

Zo gaat leven dus

Zo gaat dat dus. Mijn vader werd opgenomen in het ziekenhuis en eigenlijk had ik de verwachting dat hij zou worden behandeld voor een hardnekkige buikgriep. Het bleek anders te zijn. Binnen enkele dagen werd hij in kritieke toestand overgebracht naar een ander ziekenhuis en inmiddels wacht hij op het moment dat hij weer naar huis mag. Om de laatste fase van zijn leven in te gaan. De artsen kunnen niets meer voor hem doen. Geen onschuldig griepje dus, maar een meedogenloze sluipmoordenaar van wie de schuilplaats weliswaar ontdekt is, maar die al te veel schade heeft aangericht om nog iets tegen zijn dodelijke inbreuk te kunnen doen. Lees verder

De diepten van God

Vorige week bezochten wij la grotte de Niches. Omdat er nauwelijks werd geadverteerd met deze grot en wij van het bestaan ervan slechts door een kleine aanwijzing op de autokaart op de hoogte waren, hadden wij verwacht een ondiepe spelonk aan te treffen, waar we misschien wel op eigen gelegenheid doorheen konden lopen. Tot onze verrassing kwamen wij echter, nadat onze auto de zoveelste steile berg op was gekucht, uit bij de ingang van een grot met een diepte van maar liefst 53 meter! Gelukkig hoefden we daar niet zelf in rond te dwalen, wat waarschijnlijk niet goed was afgelopen, maar voor slechts een paar euro’s werden we met een handjevol mensen rondgeleid door een alternatieve, Franse jongeman die wel iets weghad van een oude vriend die op zijn beurt iets wegheeft van Jezus.  Lees verder

Jezus op de dansvloer

Terwijl ik Jezus stond te fotograferen, was blijkbaar één van mijn leerlingen dronken aan mij voorbij gewaggeld. Ik had hem niet gezien omdat ik druk bezig was de afbeelding van de Heer vast te leggen met een camera die veel te eenvoudig was voor de donkere ruimte. Pas toen mijn collega mij uit het trapgat naar beneden riep, had ik door dat ik iets gemist had en dat er iets mis was. Lees verder