Leven

AI, waar is mijn broer?

Deze week keek ik naar een nieuwsitem over het gebruik van AI door studenten. Ik keek samen met mijn bejaarde vriend Tijs, die nog wel kan zien maar niets meer kan onderscheiden. Hoewel Tijs nog een heldere geest heeft, is de opkomst van het internet mede door zijn beperkingen aan hem voorbijgegaan. Dat maakt hem kwetsbaar en hulpbehoevend in deze gedigitaliseerde samenleving. Tijs wist niet waar het nieuwsitem over ging. Hij vroeg mij of AI verdovende middelen waren. Ik probeerde uit te leggen dat je met AI vrijwel iedere vraag kunt beantwoorden en ik vroeg hem wat we AI eens zouden vragen. Tijs dacht even na en kwam toen met zijn vraag: Ik zou eigenlijk wel willen weten hoe het nou met mijn broer Willem is. Ik moest lachen toen Tijs mij oprecht en verwachtingsvol bleef aankijken. Ik besefte ook dat Tijs AI in een ontnuchterend licht stelde met zijn vraag. Wat stelt deze toepassing die de wereld in een nieuwe versnelling heeft gebracht eigenlijk voor als zij ons niet eens kan vertellen hoe het met onze eigen broer is?

Lees verder

Lopen over water

Twee keer per week begin ik mijn dag met zwemmen. Eerst studeer ik wat. Daarna duik ik het bad in om zo’n veertig baantjes te trekken en vervolgens aan de werkdag te beginnen. Het is een arrangement voor de vroege vogels en het zijn vooral ouderen die er gebruik van maken. Zoals Sylvia die iedere morgen binnen komt stappen in een knalroze badpak alsof zij nog een jonge blom van in de twintig is. Of Jacques die iedereen in het bad luidruchtig begroet en dan op zo’n geaffecteerde toon dat je geneigd bent om een paar banen op te schuiven. Vanmorgen was er blijkbaar iemand jarig in het gezelschap, want iemand zette een verjaardagslied in dat al snel door de anderen werd overgenomen. Een tiental grijze en kalende hoofden die net boven het water uitstaken en probeerden te zingen. Het had een schilderij van Marius van Dokkum kunnen zijn. Jacques schalde boven iedereen uit.

Lees verder

Stokslagen voor de schoolmeester

Er is een oud verhaal dat vertelt hoe de Romeinen de Etruskische stad Falerii belegerden. De kinderen van de vooraanstaande Faleriërs kregen in die dagen les van de beste schoolmeester van de stad. Hij gaf zijn lessen graag buiten de stadsmuren en ook tijdens de belegering ging hij hier gewoon mee door. Op een dag bracht de schoolmeester zijn leerlingen tot aan de voorpost van het Romeinse leger. Hij leidde hen naar het hoofdkwartier van de Romeinse generaal Camillus en leverde de kinderen aan hem uit. ‘De ouders van deze jongens zijn de leiders van Falerii. Deze stad is van u.’ De Romeinse generaal Camillus werd echter woedend vanwege dit onfatsoenlijke gedrag. ‘Wij vechten tegen volwassenen, niet tegen kinderen.’ Hij liet de schoolmeester uitkleden en gaf de jongens stokken om hem de hele weg terug naar de stad stokslagen te geven. Toen de inwoners van Falerii hoorden hoe de Romeinen hadden gehandeld, raakten zij diep onder de indruk. Zij gaven zij zich hierop vrijwillig aan hen over.

Lees verder

Grappen van God

Kunnen wij kiezen om te leven of te sterven? Deze vraag vormt een belangrijk motief in de film Breathe (2017). De film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Robin Cavendish, die op achtentwintigjarige leeftijd besmet raakt met het poliovirus en vanaf zijn nek verlamd raakt. Van de ene op de andere dag verandert Robin van een energieke levenslustige man in een zogenaamde responaut, iemand die afhankelijk is van een beademingsapparaat. Hoewel zijn vrouw Diana hem iedere dag opzoekt en hem probeert op te vrolijken met hun pasgeboren zoon Jonathan (die de film overigens heeft geproduceerd), raakt Robin in een diepe depressie. Hij wil niets liever dan sterven en hij vervloekt het apparaat dat hem in leven houdt. Zijn vrouw wil echter niets van zijn wens om te sterven weten. Haal me dan tenminste weg uit dit ziekenhuis, smeekt Robin. Dat is het begin van een prachtig verhaal. Diana koopt een groot landhuis, schakelt vrienden in en tegen de uitdrukkelijke wil van de ziekenhuisdirecteur in haalt zij Robin met beademingsapparaat en al weg uit het ziekenhuis. Vanaf dat moment is niets te gek meer. Een vriend ontwerpt een rolstoel met een beademingsapparaat dat op een accu werkt, zodat Robin weer naar buiten kan. Een bus wordt verbouwd en Robin kan overal heen gereden worden. Wanneer Jonathan oude foto’s ziet uit de tijd die zijn vader doorbracht in Afrika, besluit het gezin ook weer te gaan reizen. Kunnen wij kiezen om te leven of te sterven? Jazeker, meent Diana, en ik kies om te leven.

Lees verder

De ironische cultus van Instagram

Enkele jaren geleden speelde ik met de gedachte om ook een profiel op Instagram aan te maken. Ik besprak deze overweging met mijn leerlingen en hun onmiddellijke reactie verraste mij. ‘Doe maar niet, meneer. U gaat niet ontkomen aan porno op Instagram.’ De waarschuwing was even kernachtig als verontrustend. Wat betekent het als jongeren waarschuwen voor een platform waarop zich het grootste gedeelte van hun sociale leven afspeelt? Bedoelden mijn leerlingen dat Instagram een jongerending is dat ik toch niet zou begrijpen? Of uitten zij indirect een noodkreet over het negatieve effect dat Instagram op hun leven heeft?

Deze week verscheen in Vrij Nederland het artikel Hoe digitale droomvrouwen de werkelijkheid in de weg zitten. Journalist Doortje Smithuijsen sprak met twaalf jongens tussen de 19 en 35 jaar over Instagram. In haar essay beschrijft zij hoe vrouwen op Instagram deelbare producten zijn geworden en, wat nog veel ingrijpender is, hoe vrouwen in het echt steeds meer tegenvallen omdat zij niet voldoen aan het typische beeld dat Instagram van hen geeft. Het artikel bevestigt mijn vermoeden dat de reactie van mijn leerlingen ten diepste toch vooral een noodkreet was. Instagram lijkt een nieuwe stap in de teloorgang van onze cultuur en ons mensbeeld te zijn.

Lees verder

Het geheim in het lijden

Op een zondagavond toen ik tien of elf jaar was, zag ik de koster onze kerkzaal binnenkomen. Hij liep in een rechte lijn naar de vrouw in de rij voor mij, hurkte bij haar neer en sprak enkele woorden met haar. De vrouw verschoot van kleur, raapte haastig haar spullen bij elkaar en verliet de ruimte. De dienst begon en ik vergat al snel wat er gebeurd was, misschien omdat ik geboeid werd door de preek of omdat ik in gedachten bezig was met de vraag wat PSV die middag had gedaan. Die zondagavond zou het er echter niet meer van komen om Studio Sport te kijken. Thuis riepen mijn ouders mij bij zich. Ze wilden even met mij te praten. Lees verder

Beste Twan

Beste Twan,

In mijn map met concepten trof ik een onafgemaakt bericht. Het heeft inmiddels alle nieuwswaarde verloren, maar dat maakt het in ons geval misschien juist wel waardevol. Weet je wat, ik post het gewoon alsnog.

Begin vorig jaar kruisten onze wegen elkaar toevallig. Ik fietste de Nieuwe Amstelbrug af en jij stak vanaf de Weesperzijde over. Het was een stormachtige dag. De wind rukte aan je haren die normaal gesproken zo keurig gekamd zijn. Een paar slierten haar zaten tegen je bezwete voorhoofd geplakt. Omdat ik vaart maakte en jij hardliep, kon ik een botsing nog net voorkomen. Ik herkende je meteen. Jij was toen dan ook een van de beste anchors van ons land, een inspirerende verslaggever en een scherpe interviewer. Waarschijnlijk heb je mij niet eens gezien. Dat geeft ook niet. Ik was slechts een van jouw vele kijkers. Lees verder

De steen en de hovenier

Een kleine paasgeschiedenis

Er was een relletje ontstaan in de familie over de grafsteen, of eigenlijk over het ontbreken ervan. Mijn vader had mijn moeder laten beloven dat zij geen geld zou uitgeven aan een grafsteen. ‘Geef geen eer aan de dood,’ had hij gezegd. Toen vonden wij dat allemaal prima. Later misten sommigen van ons toch een tastbaar aandenken op zijn laatste rustplaats. Ik ook. Voorzichtig bracht ik het daarom eens ter sprake, maar dat viel niet in goede aarde. Niemand wilde ingaan tegen de laatste wens van mijn vader. Ik eigenlijk ook niet. We hebben het verder maar laten rusten.

Een graf zonder markering bleek echter verdraaid lastig te vinden. Met in mijn hand een eigen steen, gevonden langs de rand van de parkeerplaats, zwierf ik over de begraafplaats. Ik wist aanvankelijk zeker waar mijn vader begraven lag. Thuis had ik een brief van de gemeente waarop het grafnummer stond. O-231. Over het water, gelijk links, in de derde rij. Daar was ik dus ook naar toe gelopen. Er bleek inmiddels iemand anders te liggen. Lees verder

Rivier van leven

Ieder jaar trekken wij vanuit onze woonplaats een iets langere straal Europa in en plaatsen op de kaart een stip, waar wij onze vakantie willen doorbrengen. Zo belandden wij dit jaar in Kroatië. Niet aan de toeristische kust, maar in een prachtig dorpje in het binnenland op de grens tussen Kroatië en Slovenië. De tuin van ons vakantiehuis grenst aan de idyllische rivier Kupa, die vijfenzeventig kilometer verderop in het Gorskigebergte ontspringt en na driehonderd kilometer in de Sava stroomt en via de Donau uiteindelijk in de Zwarte Zee uitmondt. De Kupa vormt nu de natuurlijke grens tussen Slovenië en Kroatië. In het verleden scheidde de rivier het westerse Habsburgse Rijk en het oosterse Osmaanse Rijk. De rivier in onze achtertuin symboliseert zo een belangrijke scheur in de wereldgeschiedenis. Wie profetisch kijkt, ziet het ene ijzeren been van Nebukadnezars beeld op de linker en het andere op de rechter oever van de rivier staan. Lees verder

Weg met die mening op mijn mouw!

Dit jaar reis ik met Geert Mak door het Europa van de twintigste eeuw. Gisteren stonden wij in Londen stil bij de dood van Emily Davison in 1913. Zij was een van de Suffragettes, een heuse terreurbeweging van geradicaliseerde vrouwen die zich inzetten voor vrouwenrechten. ‘Rebellie tegen tirannen is gehoorzaamheid aan God,’ kerfde Emily in de muur van haar gevangeniscel. Kort daarna wierp zij zich voor de aanstormende paarden tijdens de Epsom Derby. Vier dagen later stierf zij aan haar verwondingen. Haar zinloze dood irriteert mij. Lees verder