Studeren tegen polarisatie

Gisteren bezocht ik de Dohánysynagoge in Boedapest, de grootste synagoge van Europa en de op een na grootste ter wereld. Het is een prachtig gebouw dat is opgetrokken in een opvallend uitbundige, moorse stijl. De synagoge heeft zelfs een orgel, wat zeker niet gebruikelijk is. Maar, zo redeneert de gemeenschap die hier samenkomt, het orgel bevindt zich achter de ark met de Torarollen en daarmee feitelijk buiten de synagoge. Op sabbat wordt het bespeeld door een katholieke organist. Geen jood hoeft er dus voor te werken. De gemeenschap behoort tot het zogenaamde neolog (“nieuw woord”) jodendom. Deze typisch Hongaarse modern-orthodoxe stroming ontstond in de negentiende eeuw en maakte het mogelijk dat Joden konden assimileren zonder hun joodse identiteit te verliezen of hun geloof op te geven. Op haar hoogtepunt vormde de Joodse gemeenschap maar liefst twintig procent van de bevolking van Boedapest. Joden vanuit heel Europa vonden in die tijd hun nieuwe thuis in Hongarije en zij werden bijzonder invloedrijk. Veel bekende Joden gaan terug op deze Hongaarse Joden, zoals cosmeticagigant Estée Lauder, acteur Tony Curtis, Kiss-bassist Gene Simmons en de Hongaarse schaaklegende Judit Polgár.

Hoezeer de Joden waren geassimileerd in het toenmalige Habsburgse Heilige Roomse Rijk, bleek uit een chanoekalamp die ik aantrof in het Joods Museum dat zich in het synagogecomplex bevindt. In deze kandelaar is de buste van keizer Jozef II verwerkt, wat een opmerkelijke vermenging van religie en staat toont. Ik zag overigens ook een chanoekalamp met de buste van Napoleon, die in 1806 feitelijk een einde maakte aan het Heilige Roomse Rijk. Deze sterke assimilatie van de Hongaarse Joden maakt het nog tragischer dat zij laat in de Tweede Wereldoorlog alsnog massaal zijn gedeporteerd en omgebracht in de vernietigingskampen. Dit gebeurde pas in 1944. De oorlog was voor nazi-Duitsland praktisch al verloren en toch moest dit nog gebeuren. Ter vergelijking: In West-Europa waren de Joodse gemeenschappen twee jaar eerder al gedeporteerd en grotendeels uitgeroeid. Ruim een half miljoen Hongaarse Joden kwamen om in de Holocaust.

Terwijl ik na mijn bezoek door de straten van het voormalige Joodse getto op weg ging naar een joodse boekenwinkel om een siddur (gebedenboek) te kopen, overdacht ik deze duistere geschiedenis. Vlak voor de boekenwinkel werd ik aangesproken door twee jonge orthodox-joodse mannen. “Are you Jewish?” vroegen ze mij. Ik ontkende dat. Onmiddellijk verloren zij hun interesse in mij en begonnen andere passerende mannen dezelfde vraag te stellen. Ik was echter geïntrigeerd geraakt. Onlangs had ik in Praag iets soortgelijks zien gebeuren. Een jonge toerist kreeg tefillien (gebedsriemen) en een talliet (gebedskleed) omgehangen en sprak enkele religieuze teksten in het Hebreeuws uit, terwijl zijn groepsgenoten klapten en foto’s maakten.

Zodra ik de gelegenheid kreeg, vroeg ik de joodse mannen die mij hadden aangesproken naar het idee achter hun outreach, zoals zij het zelf noemden. Ik was namelijk in de veronderstelling dat joden niet aan evangelisatie deden. Dat klopt, beaamde de orthodoxe jood. We willen ook alleen Joden bereiken die niets meer doen met hun godsdienst maar dit opnieuw willen oppakken. Ik ben christen, zei ik. “Then we are related,” reageerden de mannen enthousiast. “Yes, Jesus is a Jew,” antwoordde ik, waarop hun enthousiasme snel bekoelde. Wellicht had ik niet zo ostentatief de tegenwoordige tijd moeten gebruiken. “We all have Abraham, Isaac and Jacob as our forefathers,” antwoordden zij nog, maar het was duidelijk dat ze probeerden de conversatie te beëindigen. Blijkbaar wilden zij mij nog wel ontmoeten rond onze joodse wortels, maar niet rond de joodse Messias. Ik vroeg nog of zij er er niet in geïnteresseerd zouden zijn wanneer ik, als christen, deze joodse rituelen zou uitvoeren. “No,” zei een van hen resoluut, “that would be meaningless.”

Deze ontmoeting plaatste mijn ervaringen in de Dohánysynagoge in een nieuw perspectief. Ik moest denken aan het citaat van Arthur Koestler dat ik in het Joods Museum op de muur had zien staan: “Er is geen ander voorbeeld in de geschiedenis van een gemeenschap die zo over de aarde is gejaagd, die zijn eigen dood als natie al tweeduizend jaar heeft overleefd en die, tussen de autodafes en de gaskamers door, op de juiste tijd is blijven bidden voor regen in een land dat zij nog nooit hebben gezien…” De straatactie van deze twee orthodox-joodse mannen toonde hoe dit volk al zo lang heeft kunnen overleven. Het ging er voor deze mannen niet om dat zoveel mogelijk mensen joods worden. Dat zou betekenisloos zijn. Het ging hun erom dat zoveel mogelijk Joden weer als jood gaan leven. Zo zal hun volk overleven. Zo heeft dit volk al millennia overleefd.

In het Joods Museum hing ook een korte studie over het bijbelboek Ester aan de muur. In dit boek, dat vertelt hoe het voortbestaan van het Joodse volk ernstig werd bedreigd door de Jodenhater Haman, komt de naam van God nergens voor. In het Hebreeuws lijkt de naam Ester echter sterk op astir, wat “ik verberg mij” betekent. “Als de God van de Joden verdween,” besloot de tekst op het bord, “is het onmogelijk om joods te blijven, maar als God zich alleen verborg, kan de goddelijke aanwezigheid gezien worden in de voortgang van de geschiedenis. We moeten ons naar Hem uitstrekken door te bidden, te studeren en de droom te behouden om terug te keren naar het moederland.” Het viel mij opnieuw op hoezeer de terugkeer naar het land Israël leeft rond de Dohánysynagoge. Dat is ook niet gek. Het geboortehuis van Theodor Herzl, de grondlegger van het moderne zionisme, bleek ernaast te hebben gestaan.

Met een hoofd vol gedachten verliet ik de Joodse wijk van Boedapest. De gids in de synagoge had mij verteld dat er in Hongarije of in ieder geval in Boedapest geen sterk antisemitisch sentiment leeft. Dat is in mijn land wel anders, moest ik aan haar toegeven. De jonge student in de joodse boekenwinkel vertelde mij dat hij in Amsterdam eens tevergeefs had gezocht naar een winkel met joodse religieuze voorwerpen en boeken. Zou het een met het ander kunnen samenhangen? Zou het kunnen dat een gebrek aan studie, om het daartoe te beperken, de polarisatie in de hand werkt? Alleen een verschuiving van ons perspectief kan ons wellicht nog helpen. Aan het begin van een nieuw seizoen heeft mijn bezoek aan Joods Boedapest mij geholpen om mij met hernieuwde energie toe te leggen op gebed en studie. Niet om joods te worden of te doen – “that would be meaningless” – maar om de aanwezigheid van God te ontdekken in de voortgang van de geschiedenis.

Waar Joods duidt op etniciteit heb ik een hoofdletter gebruikt en waar het duidt op godsdienst heb ik een kleine letter gebruikt.

2 comments

Plaats een reactie