Afgelopen maandag gaf historicus James Kennedy voor het Studium Generale van Universiteit Leiden een prikkelende lezing over het religieuze zelfbeeld van de Verenigde Staten en de invloed hiervan op hun buitenlandpolitiek. Dit zelfbeeld is een voortvloeisel van een typisch Amerikaans discours over religie en politiek. God wordt er vaak bijgehaald maar toch wordt Hij nergens in de Amerikaanse grondwet genoemd. Deze ambigue houding wordt volgens Kennedy treffend verwoord in het motto van de staat South-Dakota: Under God, the People Rule.
De Verenigde Staten hebben een vorm van civil religion ontwikkeld waarin God een plan heeft met de wereld en de Verenigde Staten de opdracht hebben om dit uit te voeren. Kennedy gaf verschillende historische voorbeelden van deze religieuze ijver. De inname van The West was een beschavingsopdracht, een manifest destiny om Gods oorspronkelijke bestemming met Amerika te verwezenlijken. Het meest opzienbarende voorbeeld hiervan is het mormonisme, een vreemde veramerikaanste hervertelling van het joods-christelijke verhaal. Een ander voorbeeld is de Amerikaanse burgeroorlog, waarin het doel van de afschaffing van de slavernij steeds meer geheiligd raakte naarmate het aantal slachtoffers toenam. Er ontstond zelfs een idee van redemptive violence ondersteund door vrome marsliederen.
De deelname aan de Eerste Wereldoorlog was vanaf het begin ingegeven door een hoger doel (“to make the world safe for democracy“). Dit werd versterkt door religieuze ideeën over het onmiddellijke aanbreken van een duizendjarig rijk van vrede. Omdat dit uitbleef, was de Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog veel minder religieus gemotiveerd. Ten tijde van de Koude Oorlog keerde de religiositeit echter weer terug. In tegenstelling tot de situatie in Europa nam in de kerkgang onder Amerikanen tussen 1940 en 1960 juist drastisch toe. De strijd met de Sovjet-Unie was naast een politieke en economische toch vooral een geestelijke strijd, aldus president Truman. Het Amerikaanse verhaal begon in die tijd echter ook scheuren te vertonen. Hoe democratisch en vredelievend waren de Verenigde Staten zelf eigenlijk?
Een civil religion die niet meer zelfkritisch is, kan niet functioneren, stelde Kennedy vast aan het einde van zijn lezing waarin hij ook kort naar de huidige politieke situatie in de Verenigde Staten keek. Kennedy kwam tot de opvallende conclusie dat het traditionele politiek-religieuze discours begint af te brokkelen onder de regering Trump. Het geheiligde doel wordt steeds minder gearticuleerd en over de democratische waarden hoor je de regering Trump niet. Het lijkt louter nog te gaan over macht om de macht. Er zit verder geen ideeënwereld achter.
De lezing van Kennedy was om verschillende redenen interessant. Hij zette aan tot een kritische reflectie op het religieuze karakter van de Amerikaanse politiek. Verschillende Nederlandse christenen, met name in pinkster- en charismatische kringen, lopen weg met het christelijke karakter van de Verenigde Staten, maar in hoeverre stemt de Amerikaanse versie van het christendom (civil religion) werkelijk overeen met het evangelie van Christus? Kennedy’s uiteenzetting laat ook zien dat aan goede bedoelingen (zoals de wereldzending, de afschaffing van de slavernij, de bevrijding van Europa) dubieuze motieven ten grondslag kunnen liggen. Tot slot is de Amerikaanse geschiedenis voor Europa vooral ook een distant mirror (om Barbara Tuchmans beeld te lenen). Veel van het Amerikaanse imperialisme kennen Europeanen al uit hun eigen geschiedenis: de innige verstrengeling van religie en politiek, het geloof in een heilige roeping en bestemming, het kolonialisme onder het mom van de beschavingsopdracht en de pogingen om eigenmachtig duizendjarige rijken te stichten. Als Europa naar de Verenigde Staten kijkt, blikt het in de spiegel en ziet het wie het was of zelfs nog is.
In zijn lezing heeft Kennedy gedaan wat een historicus doet: ons naar het verleden laten kijken om het heden te begrijpen. Hij daagde ons uit om beter te kijken. Is wat wij zien werkelijk wat wij zien? Misschien was Kennedy, overigens zelf Amerikaan, hierin soms te scherp en hier en daar wellicht zelfs wat cynisch, wat dan gnuivend werd verwelkomd door een klaarblijkelijk overwegend Amerika-kritisch publiek, maar uiteindelijk zette hij ons allemaal aan tot nadenken. Dat kan nooit kwaad. Zeker niet in deze tijd.
Foto van Tom Coe op Unsplash
