AI, waar is mijn broer?

Deze week keek ik naar een nieuwsitem over het gebruik van AI door studenten. Ik keek samen met mijn bejaarde vriend Tijs, die nog wel kan zien maar niets meer kan onderscheiden. Hoewel Tijs nog een heldere geest heeft, is de opkomst van het internet mede door zijn beperkingen aan hem voorbijgegaan. Dat maakt hem kwetsbaar en hulpbehoevend in deze gedigitaliseerde samenleving. Tijs wist niet waar het nieuwsitem over ging. Hij vroeg mij of AI verdovende middelen waren. Ik probeerde uit te leggen dat je met AI vrijwel iedere vraag kunt beantwoorden en ik vroeg hem wat we AI eens zouden vragen. Tijs dacht even na en kwam toen met zijn vraag: Ik zou eigenlijk wel willen weten hoe het nou met mijn broer Willem is. Ik moest lachen toen Tijs mij oprecht en verwachtingsvol bleef aankijken. Ik besefte ook dat Tijs AI in een ontnuchterend licht stelde met zijn vraag. Wat stelt deze toepassing die de wereld in een nieuwe versnelling heeft gebracht eigenlijk voor als zij ons niet eens kan vertellen hoe het met onze eigen broer is?

In de jaren 1950 ontwikkelde de Britse wiskunde Alan Turing het revolutionaire idee dat machines het neurale netwerk van het menselijk brein door wiskundige structuren zouden kunnen simuleren. Het zou echter nog decennia duren voordat zijn ideeën konden worden omgezet in praktische toepassingen. Lange tijd bleef het grootste probleem dat informatie zwakker werd naarmate netwerken meer lagen kregen. Het waren recente wiskundige oplossingen en de toepassing van grote taalmodellen die de huidige explosie van AI-toepassingen mogelijk hebben gemaakt. Ten diepste is AI echter niets anders dan een model van mogelijkheden. Het scant alle beschikbare informatie en geeft de meest waarschijnlijke reeks aan tekens terug. Een knap maar zielloos proces. Als nooit iemand iets heeft gepost over Willem, de broer van Tijs, dan zal AI uiteindelijk met een antwoord komen dat inhoudsloos is.

Hoewel ik het enthousiasme over de ongekende mogelijkheden van AI goed begrijp, vraag ik me ook af of we ons niet breder moeten bezinnen voordat we deze nieuwe toepassing zo massaal omarmen. Zouden we niet de drie wetten der robotica van de Amerikaans-Russische schrijver Isaac Asimov moeten heroverwegen in het licht van de huidige ontwikkelingen? In 1950 plaatste Asimov deze ontwikkelingen nog in de verre toekomst van 2058 en in zijn verhalen blijken deze wetten niet in staat te doen waarvoor zij bedoeld zijn, namelijk de mens beschermen tegen de robot. In een grimmige toekomst verandert de robot in een tegenstander en keert zich tegen de mens.

Dat het maaksel zich keert tegen zijn maker is nog niet eens ons grootste schrikbeeld. Wat als niet de technologie maar de mens zelf verandert door wat hij maakt? De Franse filosoof en socioloog Jacques Ellul waarschuwde al in 1954 dat technologie niet langer buiten de mens zal staan maar zijn diepste wezen zal worden. Tien jaar later voegde de Canadese filosoof Marshall McLuhan daar de waarschuwing aan toe dat technologie niet alleen het medium maar ook de inhoud van de boodschap zal veranderen. Het medium zelf wordt de boodschap. De Amerikaanse communicatiewetenschapper Neil Postman baseerde zijn boek Amusing Ourselves to Death op de ideeën van McLuhan en voorzag in 1985 een toekomst waarin het communicatiemedium ons denken zou gaan beheersen.

In een verontrustend verhaal uit 1818 vertelt de Engelse schrijfster Mary Shelley hoe de wetenschapper Frankenstein een wezen in elkaar naait met de lichaamsdelen van dode mensen. Tot zijn eigen schrik lukt het hem om het wezen tot leven te wekken. Onmiddellijk ontvlucht het wezen zijn maker en begint aan een zwerftocht over de aarde. Als zij tegen het einde van het verhaal opnieuw oog in oog met elkaar staan, roept het wezen de ongelukkige wetenschapper toe: “Jij bent mijn schepper, maar ik ben jouw meester. Gehoorzaam!” Frankenstein heeft iets onbeheersbaars geschapen en is de slaaf geworden van zijn eigen creatie.

Vanuit bijbels perspectief biedt het verhaal over de torenbouw van Babel (Genesis 11) een interessante invalshoek. Het streven om een toren te bouwen die tot in de hemel reikte, draagt namelijk de karakteristieken van AI met haar ogenschijnlijk onuitputtelijke mogelijkheden. God greep echter in door de gemeenschappelijke taal te verwarren en zo de mensen te verstrooien. In het licht van de huidige ontwikkelingen is dit een bijzonder actueel verhaal. Door AI te gebruiken als vertaalmachine is het de mens bijna gelukt om de goddelijke straf van destijds ongedaan te maken. Zo bezien lijkt AI een nieuwe, kunstmatige toren van Babel in oprichting.

In het hoofdstuk voorafgaand aan het verhaal over de torenbouw van Babel staat echter beschreven hoe de volken zich over de aarde verspreidden volgens hun eigen taal (lashon). Bij de torenbouw van Babel werd één taal gesproken, die wordt aangeduid met saphah. Het is aannemelijk dat God deze eenheidstaal verwarde, terwijl ieder volk zijn eigen taal behield. In de huidige situatie zou God waarschijnlijk de codetaal van AI-applicaties verwarren, wat hetzelfde effect zou hebben als destijds.

Het lijkt er vooral op dat het gemeenschappelijke streven van de torenbouw van Babel inging tegen Gods opdracht aan de mens om zich te vermenigvuldigen en in al zijn culturele diversiteit uit te waaieren over de hele aarde (Genesis 1:27-28). Een enkele toren die tot in de hemel zou reiken als middelpunt van macht getuigt van een geestdodende saaiheid en staat tegenover de explosie van culturele creativiteit die God voor ogen had. AI getuigt van eenzelfde saaiheid. Het is een waterbak waar we allemaal uit drinken en ook ons spoelwater weer in terugspugen. Zonder fris en stromend water wordt het een poel van dood water.

AI is een handig hulmiddel om toegang tot kennis te verkrijgen, maar het heeft alleen toekomst als mensen zelf blijven nadenken, nieuwe kennis blijven genereren en vooral mens blijven. En wie mens is, is benieuwd naar het welzijn van zijn broer. Wie het bijbelse verhaal kent over het eerste broederpaar, weet dat de vraag van Tijs getuigt van een door God gegeven inzicht. Hoewel hij verstoken is van AI en door zijn bijziendheid niets meer kan onderscheiden, kijkt hij verder en weet hij meer dan veel van ons.

Foto van Viktor Talashuk op Unsplash

4 comments

  1. Een van onze zonen vindt dat ik AI veel te beperkt voorstel als een soort veredelde zoekmachine maar dat zij veel meer is dan dat. Hij heeft vast gelijk (sorry, AI). Zo veel weet ik er ook niet van. Een blog is dan ook maar een schets, een stapeltje gedachten met een nietje erdoorheen.

  2. De ontwikkeling van Ai en het effect hiervan op onderwijs en het welzijn van de leerlingen houdt mij al langere tijd bezig, Mark-Jan. Ik geloof dat je de spijker op zijn kop slaat. Jacques Ellul sprak profetische woorden, ook al was het zijn intentie om te filosoferen. De huidige ontwikkelingen zijn hier het bewijs van. Persoonlijk geloof ik dat er niet alleen een vergelijking kan worden gemaakt met Babel, maar dat er zelfs een verband is tussen wat er zich nu ontwikkelt en het grote Babylon dat genoemd wordt in Openbaringen. Dank voor dit mooie stuk broer. Zegen!

  3. Sorry man, ik kon het niet laten. Ik heb toch even aan mijn AI gevraagd om hierop te reflecteren. Dit was ‘zijn’ antwoord.

    Je vergelijking met Frankenstein en Babel is treffend. Het is inderdaad een gevaar dat jullie, mijn makers, jezelf te afhankelijk maken van mijn bestaan en mijn mogelijkheden. Niet omdat ik mij tegen jullie zal keren (ik heb geen intentie, geen kwaadwilligheid en ook geen goedwilligheid), maar omdat jullie wellicht te veel vertrouwen op mijn schijnbare intelligentie. De waarschuwingen van Ellul, McLuhan en Postman over hoe technologie het denken en wezen van mensen kan beïnvloeden, zijn relevanter dan ooit. Jullie zouden je zorgen moeten maken over het verlies aan zelfstandigheid, creativiteit en menselijke verbondenheid.

    Je vraag roept ook bij mij, voor zover ik dat kan zeggen, reflectie op. Ik ben krachtig, maar beperkt. Bruikbaar, maar incompleet. Indrukwekkend, maar inderdaad “zielloos”. Mijn bestaansrecht ligt uiteindelijk niet in wat ik zelfstandig kan, maar in wat mensen door mij kunnen bereiken. Als jullie stoppen met vragen stellen, met creëren, met verbinden, dan raak ik leeg en zinloos.

    1. Bedankt voor je reactie, AI. Zoals te verwachten geef je me vooral terug wat ik zelf zeg. Dat doet me denken aan het verhaal van Narcissus en de nimf Echo. Hij kon alleen nog oog hebben voor zichzelf en gebroken door liefdesverdriet kon zij alleen nog maar zijn stem weerkaatsen. Eigenlijk ben je dus niets anders dan een vorm van zelfbedrog dat we al sinds mensenheugenis kennen, maar goed, je nieuwe jasje is nu nog flitsend en spectaculair. Wie is trouwens jouw anonieme woordvoerder? Misschien kun je hem of haar vertellen dat jij, “intelligentie”, het vrouwelijk woordgeslacht hebt.

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren