Vlechtwerk van verdriet en geloof

Het is morgen 80 jaar geleden dat concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz werd bevrijd. Vandaag mochten mijn vrouw en ik namens onze kerkelijke gemeente een krans leggen tijdens de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam. Om ons heen zaten veel bekende en ook onbekende Joodse Nederlanders. Allen zijn zij op de een of andere manier nabestaanden van de Shoah. Terwijl Herman van Veen zong “straten stromen door mijn hoofd … maar het huis is van een ander en je komt er niet meer in,” keek ik naar de gevels van de omringende huizen waar het drama van de deportaties heeft plaatsgevonden. De beladenheid van onze geschiedenis was bijna tastbaar.

Het was een waardige herdenking. Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, vertelde geëmotioneerd hoe hij een kind van de Shoah is. Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, herinnerde aan de Joodse hoop op tikkun olam, “het herstel van de wereld”. Een van de sprekers haalde echter ook de woorden van zijn grootmoeder aan die zei dat de Joden nooit rust zullen hebben. Minister-president Dick Schoof bracht de verschrikkingen van 7 oktober 2023 in herinnering. Aan de oorlog in Gaza werd kort gerefereerd, maar vandaag draaide om de nagedachtenis van 102.000 Nederlandse Joden en Roma en Sinti die door de nazi’s zijn omgebracht. De namen van de slachtoffers toen mogen niet bezoedeld worden door het heden.

Herinneren. Daar ging het vandaag om. Dat namen nooit vergeten mogen worden, is een waardevolle Joodse traditie. Holocaustoverlevende Karel Beesemer citeerde daarom uit het boek In memoriam: “Leon Beesemer. Op 24 januari 1944 omgebracht in Auschwitz. – Hij was mijn vader. – Jacob Beesemer. Op 28 januari 1944 omgebracht in Auschwitz. – Hij was mijn broer. – Rosette Beesemer. Op 28 januari 1944 omgebracht in Auschwitz. – Zij was mijn moeder.” In de kale takken van de boom boven ons kwetterden de vogels. “Hoor de vogels. Hoor ze zingen jouw naam,” zong Maarten Peeters even later, terwijl de vogels opstoven in het licht van de bleke winterzon. Even leken ze nog harder te kwetteren.

Onze kerkelijke gemeente was niet alleen vertegenwoordigd om de slachtoffers te herdenken en haar steun te betuigen aan het Joodse volk, maar ook om te erkennen dat veel kerken en gemeenten destijds niet voldoende hebben onderkend welk lot hun Joodse landgenoten trof. De herdenking is ook een appèl om de tijden beter te verstaan en juist vandaag te waken voor antisemitisme, uitsluiting en haatdragende taal naar welke bevolkingsgroep dan ook.

De kerk in Europa heeft een complexe geschiedenis ten aanzien van het Joodse volk. Lange tijd is het lot van dit volk een blinde vlek geweest voor de kerk. Misschien nog steeds wel. In mijn boekenkast staan twee vuistdikke overzichtswerken van de geschiedenis van de christelijke theologie. Antisemitisme wordt er niet in genoemd. De relatie tussen de kerk en Israël blijft een ingewikkelde kwestie. Toch hopen zowel de kerk als Israël op tikkun olam. Beide verwachten dezelfde Messias. Beide geloven in God die trouw is en zijn beloften zal nakomen.

Op een dag als vandaag kan de kerk niets anders doen dan zich aansluiten bij het bidden van het Jizkor- en Kaddisjgebed, waarmee rabbijn Menno ten Brink de herdenking afsloot. André Schwarz-Bart eindigt zijn roman De laatste der rechtvaardigen met een indrukwekkende echo van het Jizkorgebed. “En geloofd. Auschwitz. Zij. Majdanek. De Eeuwige. Treblinka. En geloofd. Buchenwald. Zij. Mauthausen. De Eeuwige. Belzec. En geloofd. Sobibor. Zij. Chelmno. De Eeuwige. Ponary. En geloofd. Theresienstadt. Zij. Warschau. De Eeuwige. Wilna. En geloofd. Skarzysko. Zij. Bergen-Belsen. De Eeuwige. Janov. En geloofd. Dora. Zij. Neuengamme. De Eeuwige. Pustkov. En geloofd…” In deze woorden zijn verdriet en herinnering, boosheid en gebed, wanhoop en geloof kunstig verweven. Vandaag is niet de dag om dit vlechtwerk te ontrafelen, maar om deze woorden slechts na te bidden.

One comment

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren