Lopen over water

Twee keer per week begin ik mijn dag met zwemmen. Eerst studeer ik wat. Daarna duik ik het bad in om zo’n veertig baantjes te trekken en vervolgens aan de werkdag te beginnen. Het is een arrangement voor de vroege vogels en het zijn vooral ouderen die er gebruik van maken. Zoals Sylvia die iedere morgen binnen komt stappen in een knalroze badpak alsof zij nog een jonge blom van in de twintig is. Of Jacques die iedereen in het bad luidruchtig begroet en dan op zo’n geaffecteerde toon dat je geneigd bent om een paar banen op te schuiven. Vanmorgen was er blijkbaar iemand jarig in het gezelschap, want iemand zette een verjaardagslied in dat al snel door de anderen werd overgenomen. Een tiental grijze en kalende hoofden die net boven het water uitstaken en probeerden te zingen. Het had een schilderij van Marius van Dokkum kunnen zijn. Jacques schalde boven iedereen uit.

Hoewel ik aan het zwemmen begonnen ben om een beetje in vorm te blijven, is het voor mij ook een manier geworden om mijn gedachten te ordenen en mijn geest tot rust te brengen. Soms kauw ik nog na op een lastige zinsconstructie of een onverwachte werkwoordsvorm die ik net ben tegengekomen, maar meestal denk ik na over de alledaagse dingen die me bezighouden, zoals de grote zorgen – verdraaid, het is waar – die grote kinderen meebrengen of gewoon over alles wat nog gedaan moet worden. De laatste weken denk ik vooral na over het leven zelf. Het is volgende maand tien jaar geleden dat mijn vader overleed. Het blijft een deur die nooit meer goed wil sluiten. Twee weken geleden overleed een goede jeugdvriend van mij, met wie ik veel, heel veel heb gesproken in misschien wel de meest vormende jaren van mijn leven. Hij was zo wanhopig dat hij een einde aan zijn leven maakte. Een besluit dat blijft nadreunen als een echo, onwerkelijk en werkelijk tegelijkertijd. Waarom? Er is nog zoveel moois te ontdekken in dit leven en nog zoveel genade van God te vinden.

Het zwembad lijkt op het leven zelf. Iedereen trekt zijn baantjes, maakt een praatje of niet, luistert naar de nostalgische liedjes die uit de radio klinken en je terugvoeren naar vervlogen jaren en verlaat uiteindelijk het bad als het zijn of haar tijd is. Tijdens het zwemmen dacht ik aan Petrus, een van de leerlingen van Jezus die ook in het water belandde. Toen hij Jezus op het water zag lopen, riep hij vol bravoure: “Laat me naar U toekomen!” Heel even liep Petrus op het water, maar al snel verloor hij de moed en zakte weg. Zijn bravoure sloeg om in wanhoop: “Heer, red mij!” Meestal lijk ik niet op Petrus. Ik volg Jezus vaak zwemmend. Ergens voor mij loopt Hij nog over het water en ik probeer Hem bij te houden en zo zelf de oever te bereiken. Maar uiteindelijk kwam Petrus dichter bij Hem dan ik vaak doe, zowel in zijn overmoedigheid als in zijn wanhoop.

Mijn vader leek op Petrus toen hij overleed. “Heer, laat mij bij U komen,” was zijn laatste wens en hij ging. Mijn vriend leek ook op Petrus. Hij zonk, hij was wanhopig, maar uit zijn laatste woorden weten wij dat hij zich met alles wat hij had nog aan Jezus vastklampte. Dat geeft troost en rust. Voor vandaag zitten mijn baantjes erop. Ik wens Sylvia en Jacques en alle anderen toe dat ze nog lang zullen genieten van hun jaren in het zwembad. Gefeliciteerd aan de jarige. Dat je nog veel jaren mag krijgen. Zelf hoop ik het bad pas over een lange tijd te verlaten door over het water te lopen.

Foto van Oliver Sjöström op Unsplash

Plaats een reactie