Makkelijke meningen bestaan niet. Dat bleek vandaag maar weer toen Nur, een Syrische leerlinge, hartgrondig begon te huilen in mijn les. Enkele weken geleden had Nur al laten vallen dat iedereen Israël haat. Ik had haar opmerking voorlopig gelaten voor wat die was. Toen ik vandaag de situatie in Israël besprak, hield Nur zich echter afzijdig. Ik hoorde haar wel binnensmonds verwensingen uiten aan het adres van Netanyahu en Israël, maar daar bleef het bij. Totdat ik de gegijzelde Israëli’s noemde. ‘Dat zijn slechte mensen,’ riep Nur. De klas reageerde verontwaardigd. Toen ik Nur bevroeg over haar opmerking, bond zij in maar zij begon ook te vertellen over haar woonplaats in Golan, dat altijd aan haar volk had toebehoord maar nu gebied van Israël is, en over de wereldwijde haat tegen Arabieren sinds 9/11.
Naarmate zij langer praatte, werd Nur steeds emotioneler, totdat zij dus hard begon te huilen. De klas was doodstil geworden. Het conflict op het nieuws was vlees en bloed geworden in hun eigen klaslokaal. Uit wat Nur zei, bleek ook dat zij Israëli’s niet echt haatte. Ze zat nou eenmaal klem in een eenzame hoek. Ze wilde loyaal zijn aan haar volk en familie. Ze voelde de verontwaardiging in het Westen als een persoonlijk verwijt. En zij moest vooral denken aan de bombardementen in haar eigen land.
Nur is een van de weinige leerlingen met een migratieachtergrond op onze school. Ze heeft het hart op de tong en is voor niemand bang. Dat heeft haar in twee maanden tijd al flink in de problemen gebracht, maar tegelijk is dat ook haar charme. Nur leerde ons vandaag allemaal een belangrijke les. Niemand ging weg met een makkelijke mening. Niemand keurde de gruwelijke daden van Hamas goed. Niemand dacht gemakkelijk over bombardementen. Eigenlijk wilde iedereen gewoon dat een huilend meisje uit dit conflictgebied getroost zou worden. Volgens mij is dat wat we nu allemaal nodig hebben.
